english | nederlands

Editoriale uitgangspunten

De nummering van Diepenbrocks werken – voltooid en onvoltooid – die in de catalogus wordt gehanteerd, is gebaseerd op de chronologische werkenlijst die Reeser in zijn laatste levensjaren heeft opgesteld. Besloten is Diepenbrocks composities voortaan aan te duiden met RC-nummers, waarbij de letters RC staan voor: Reeser’s Chronology.

Op grond van een precieze datering bleken enige aanpassingen in de volgorde noodzakelijk. Ook is er een drietal werken aan het licht gekomen (waarvan het Ave Maria voor vrouwenkoor in voltooide staat) die aan de lijst zijn toegevoegd.

In aansluiting op de afspraken die met Reeser zijn gemaakt over het ‘format’ van een Engelstalige uitgave in boekvorm en die medio 2008 zijn geaccordeerd door de besturen van de KVNM en de Stichting Reeser-Publikatiën, hebben de redacteuren de beschrijving van de afzonderlijke composities ten behoeve van een tweetalige publicatie (Engels en Nederlands) als volgt ingericht:

A. In de kop worden titel, tekstdichter, bezetting, datum van ontstaan en uitvoeringsduur van het werk genoemd.

B. Op een fact sheet wordt – louter in het Engels – beknopte informatie gegeven over de volgende aspecten:

  • Text source: titel en gegevens van de door Diepenbrock gebruikte tekstbron;
  • Manuscript(s): gecomprimeerde beschrijving van de autografen en kopieën, met – indien van toepassing – letterlijke vermelding van Diepenbrocks dedicatie van de compositie of van het betreffende manuscript;
  • First performance: datum, plaats en uitvoerenden;
  • Publication(s): chronologisch gerangschikt;
  • Dedicatee: naam van de persoon/personen aan wie de compositie is opgedragen;
  • Recording(s).

Van werken voor zangstem en/of koor en orkest en van Diepenbrocks toneelmuzieken wordt de orkestbezetting (in het Engels: nomenclature) gespecificeerd met afkortingen volgens de Italiaanse instrumentnamen. Die aanduidingen zijn ook gebruikt in de muziekpagina’s van de desbetreffende composities.

C. In de eigenlijke werkbeschrijving wordt in lopende tekst de ontstaansgeschiedenis van het werk uiteengezet, zo mogelijk met gebruikmaking van door Diepenbrock zelf geformuleerde bewoordingen. Er wordt een karakterisering gegeven van tekst en compositie. Ook de ontvangst van het werk wordt vermeld. Latere uitvoeringen dan de première komen aan bod, mits zij van bijzondere betekenis zijn geweest in Diepenbrocks leven en/of in de receptiegeschiedenis dan wel uitvoeringspraktijk van het werk.

De volgorde waarin bovengenoemde bestanddelen in de werkbeschrijving aan de orde komen, hebben de auteurs zelf kunnen bepalen. Eerste vereiste is geweest een consistent ‘verhaal’ dat voor een onderlegde lezer goed toegankelijk is.

Citaten of specifieke informatie in de beschrijving is grotendeels ontleend aan de serie Alphons Diepenbrock – Brieven en documenten I-X (’s-Gravenhage, later Amsterdam 1962-1998) en Verzamelde geschriften van Alphons Diepenbrock bijeengebracht en toegelicht door Eduard Reeser in samenwerking met Thea Diepenbrock (Utrecht/Brussel: Het Spectrum 1950). De verwijzing naar het betreffende deel en de pagina wordt verkort weergegeven als BD respectievelijk VG.

Odilia Vermeulen & Ton Braas