english | nederlands

RC 79 Recueillement (“Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille”)

text source

Charles Baudelaire, Les Fleurs du mal. Nouvelle édition (Paris: Calman Lévy 1890), 239

first performance

1907-10-19 00:00:00.0 Haarlem, concertzaal de Kroon

recordings

  • Anniversary Edition 6 Et'cetera KTC 1435 CD6

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 5 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 25239331
  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 7 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 25239331
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I
  • Diepenbrock Album T/S Vol. II
  • Recueillement (Sonnet de Ch. Baudelaire) pour Mezzo-Soprano et Piano Noske, A.A. 14618962

  • Recueillement (“Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille”)
  • Baudelaire, Charles
  • alt of mezzosopraan en piano // sopraan en piano
  • 1907-07-03 00:00:00.0 - 1907-07-17 00:00:00.0 | revised 1910-01-01 00:00:00.0 - 1910-12-31 00:00:00.0
  • duration 5:50

Na de geslaagde toonzetting van Baudelaires Les chats (RC 68) in februari 1906 sprak Diepenbrock tegen Johanna Jongkindt het voornemen uit ook Recueillement en Les hiboux te maken. (BD V:104) In het geval van Les hiboux is daar nooit van gekomen, omdat hij later tot de conclusie kwam: …more >

Recueillement (incipit)


Na de geslaagde toonzetting van Baudelaires Les chats (RC 68) in februari 1906 sprak Diepenbrock tegen Johanna Jongkindt het voornemen uit ook Recueillement en Les hiboux te maken. (BD V:104) In het geval van Les hiboux is daar nooit van gekomen, omdat hij later tot de conclusie kwam:

Dat gedicht over de uilen is niet te componeeren. Ik tenminste kan ’t mij niet gezongen voorstellen. (BD VII:237)

Maar het andere sonnet heeft hem uiteindelijk in de zomer van 1907 geïnspireerd tot het schrijven van een lied dat tot de hoogtepunten van zijn oeuvre mag worden gerekend.

Diepenbrock componeerde Recueillement in twee weken tijd – het vroegste manuscript is gedateerd 3-17 juli 1907 – met de stem van de Belgische alt Gabrielle Zimmer-Derscheid (1875-1965) in gedachten. In maart van dat jaar had hij bij het echtpaar Zimmer gelogeerd toen hij in Brussel verbleef om er een voorstelling van Debussy’s Pelléas et Mélisande bij te wonen. Van stond af aan is het Diepenbrocks bedoeling geweest het lied te orkestreren, zoals blijkt uit zijn brief aan W.G. Hondius van den Broek d.d. 8 augustus, de datum waarop hij de partituur voltooide:

Ik heb onlangs een prachtig gedicht van Baudelaire, Recueillement, gecomponeerd, eindigend met “Entends, ma chère, entends la douce nuit qui marche”, voor Contra-alt en Orkest. Ik zal je dat eens voorspelen. Het is ook met pianobegeleiding. Ik denk wel dat je dat zal bevallen. (BD V:408)

In de correspondentie tussen Diepenbrock en Hondius van den Broek komt Baudelaire veelvuldig aan de orde. Ook met Johanna Jongkindt deelde Diepenbrock zijn liefde voor deze dichter, die hij onder die geniale menschen schaarde als Villiers de l’Isle Adam, Verlaine, Berlioz en Wagner. (BD VIII:182)

Het gedicht is vol weemoed. Onderwerp is “ma Douleur”, de innerlijke pijn die wordt aangesproken als een dierbare: “Sois sage ... et tiens-toi plus tranquille” – wees verstandig en blijf kalm. De avond valt immers al en de stad wordt omwikkeld door een duistere atmosfeer, die sommigen rust brengt en anderen zorg. Geef mij je hand, terwijl de vuige mensenmassa, zich slaafs onderwerpend aan de gesel van het Genot, de Wroeging tegemoet gaat; kom hier, ver bij hen vandaan. Het decor – zo blijkt in de terzetten – is het avondlijke Parijs, meer specifiek het Île de la Cité. De dichter roept het beeld op van de boven de Seine ondergaande zon, die omlijst wordt door de steunberen van de Notre-Dame: Zie, hoe de voorbije Jaren in oude gewaden gebogen staan op de hemelbalustraden; hoe uit de diepte van het water de Spijt glimlachend oprijst; hoe de stervende Zon inslaapt onder een boog. En hoor, ma chère, hoe – als een lange, slepende lijkwade – in het Oosten de zachte Nacht naderbij komt.

Bijzonder aan dit lied is onder andere het zwevende karakter van het begin, hetgeen niet alleen te danken is aan het motief waarmee Diepenbrock de piano in de inleiding zoekend rond laat tasten, maar ook aan het langdurig vermijden van de grondtoon of de drieklank op de grondtoon. Dat akkoord klinkt pas na zestien brede maten in een Assai lento, als de zangstem inmiddels aangekomen is bij de inzet van de derde tekstregel. Karakteristiek in de compositie zijn de van laag naar hoog uitwaaierende akkoorden in m. 2, 6 en 12 die nog enige malen zullen terugkeren.

In het algemeen is de pianopartij veelkleurig, orkestraal en afwisselend te noemen. Soms verandert de textuur per tekstregel; zo begint in m. 14 een lang uitgesponnen melodie in de rechterhand boven een begeleiding van gebroken akkoorden, om drie maten later bij de woorden “Une atmosphère obscure enveloppe la ville” plaats te maken voor een beweging van achtstentriolen in parallelle sexten en tertsen gecombineerd met een chromatische tegenstem in kwartnoten in de linkerhand. Daarentegen wordt bijna de gehele tweede strofe in één sfeer gehouden, met een vinnig herhaald motief in middenligging (maar p uit te voeren) als uitbeelding van de gesel van het permanent najagen van het Genot. Dit segment staat in g-klein en maakt een overgang naar f-klein ten behoeve van de tekst “Vois se pencher les défuntes années”. Tekenend voor de harmonische souplesse en rijkdom is de wijze waarop het E-groot tot stand komt voor de inzet van “Le soleil moribond”.

Vertolkers

Bariton Gerard Zalsman (1871-1949) heeft Diepenbrocks compositie meteen in het hart gesloten. Hij bracht, begeleid door zijn eerste vrouw Marie Landré, op 19 oktober 1907 de pianoversie van Recueillement in première tijdens een optreden van het Zalsman-Kwartet in concertzaal De Kroon in Haarlem. Op het programma stonden ook Diepenbrocks Rey van burchtsaeten (RC 28) en Den uil (RC 56).

Op 5 oktober 1910 is het lied, met een coupure van twee maten (om een tekstherhaling te elimineren) en een aantal kleine wijzigingen,1 in druk verschenen bij uitgeverij A.A. Noske te Middelburg, tegelijk met Der Abend (RC 90) en Puisque l’aube grandit (RC 97).

Een bijzondere vertolker van Recueillement is Pauline de Haan-Manifarges (1872-1954) geweest. Na de uitvoering die zij met pianist A.B.H. (Anton) Verhey (1871-1924) op 16 maart 1912 gaf in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, sprak Diepenbrock zijn dankbaarheid jegens haar als volgt uit:

Op deze wijze voorgedragen moet het lied iedereen die niet heelemaal van steen is en den text begrijpt roeren en treffen [...]. Een zoo geheel seelische overgave aan text en muziek overtuigt en vermurwt de menschen die niet geheel onwillig zijn. En dat zijn de meesten. (BD VII:340-341)

Naar aanleiding van deze uitvoering concludeerde de recensent L. van Gigch over de compositie:

Het vol-klankig, diep-gloeiend sonnet van Baudelaire heeft een gelijkwaardig muzikale verklanking gevonden. Meesterlijk drukt het voor- en naspelletje de zwoele, toch nachtelijk-stille atmosfeer uit, en elk détail, soms even de groote lijn vergetend, is van een bijzondere gedachtendiepte. (BD VII:588-589)

Ook Berthe Seroen (1882-1957) en Evert Cornelis (1884-1931) hebben Recueillement op hun repertoire genomen. Zo voerden zij het lied uit op 22 maart 1916 tijdens een concert ten bate van het Servische Rode Kruis.

In januari 1920 vervaardigde Diepenbrock een transcriptie in f-klein voor de sopraan Frieda Mooy, die zich – dertig jaar jonger dan hij – aan hem had opgedrongen en voor wier charme, levenslust en knappe verschijning hij kortstondig gevoelig was.

Ton Braas

1 See Critical Notes in Complete Songs Vol. 5, 27-29.

 



Recueillement

Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille.
Tu réclamais le Soir; il descend; le voici:
Une atmosphère obscure enveloppe la ville,
Aux uns portant la paix, aux autres le souci.

Pendant que des mortels la multitude vile,
Sous le fouet du Plaisir, ce bourreau sans merci,
Va cueillir des remords dans la fête servile,
Ma Douleur, donne-moi la main; viens par ici,

Loin d'eux. Vois se pencher les défuntes Années,
Sur les balcons du ciel, en robes surannées;
Surgir du fond des eaux le Regret souriant;

Le Soleil moribond s'endormir sous une arche,
Et comme un long linceul traînant à l'Orient,
Entends, ma chère, entends la douce Nuit qui marche.

 

(transl. Peter Low)

 


  • A-62(1) Recueillement (contralto)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6

    A-62(1) dated on the last page 3-17 Juli 1907 and with dedication on the title page A Madame Gabrielle Zimmer

    • 1907-07-03 00:00:00.0 – 1907-07-17 00:00:00.0
    • dedication: A Madame Gabrielle Zimmer
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 6
  • A-81(1) Recueillement (contralto)

    semi-autograph A-81(1), copyist F. du Pré

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-92(1) Recueillement (contralto)

    semi-autograph A-92(1), copyist W.G. Hondius van den Broek

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-23(3) Recueillement (soprano)

    B-23(3) dated on the first and last page 1907

    • 1907-01-01 00:00:00.0 – 1907-12-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • MN 554 Recueillement, Druckvorlage

    semi-autograph in MN 554 (NMI, archive A.A. Noske), Druckvorlage for mezzo-soprano (the originally written “contralto” has been altered by Diepenbrock)

    • location: Nederlands Muziek Instituut, Noske Archive
    • pages: unknown
  • SL-12 Recueillement (contralto)

    autograph SL-12 in the possession of G. Overloop-Zimmer (Brussels) with dedication on the title page A Madame Gabrielle Zimmer and dated on the last page Amsterdam 24 Juli 1907

    • 1907-07-24 00:00:00.0
    • dedication: A Madame Gabrielle Zimmer
    • location: Mrs. Overloop-Zimmer
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 6

    cd Et'cetera KTC 1435 CD6
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Ameling, Elly ♦ Meer, Richte van der ♦ Baldwin, Dalton

    Tracks: 1 = RC 79; 2 = RC 68; 3 = RC 117; 4 = 97; 5 = RC 132; 6 = RC 104; 7 = RC 111; 8 = RC 43; 9 = RC 99; 10 = RC 138; 11 = RC 137; 12 = RC 4; 13 = RC 15; 14 = RC 14; 15 = RC 13; 16 = RC 51

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 5

    1996 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Braas, Ton
  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 7

    1995 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Braas, Ton
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I

    1952 Reeser, Eduard
  • Diepenbrock Album T/S Vol. II

    1960 Reeser, Eduard
  • Recueillement (Sonnet de Ch. Baudelaire) pour Mezzo-Soprano et Piano

    1910 Noske, A.A.

19 okt 1907: Eerste uitvoering van Recueillement door Gerard Zalsman en Marie Zalsman-Landré (piano) tijdens een concert van het Zalsman-Kwartet in de Concertzaal De Kroon te Haarlem. Het kwartet zingt voorts o.a. de Rey van burchtsaeten (RC 28) en Den uil (RC 56).

Maar sympathieker is ons nog Zalsman's pogen om den man, die ook op vocaal gebied wellicht reeds spoedig algemeen zal worden er­kend als den artistieken en tevens diepzinnigen Nederlandschen com­ponist bij uitnemendheid Alphons Diepenbrock, meer bekend te ma­ken. Voor Diepenbrock is de muziek de eenig denkbare vorm waarin menschen tot menschen kunnen spreken over wat hun heilig is; verzen als uit de Rey der Edelingen van Vondel, geven hem geen aanleiding tot eene muzikale paraphrase of toelichting noch tot eene fantasie, maar het heilige zelf dat Vondel bezielde toen hij den woordvorm schiep, naar diepte, kracht en nuance beperkt door het vermogen van menschelijke stem (maar hoe schoon toch), bezielt naar aanleiding van Vondel's verzen, Diepenbrock opnieuw en anders, muzikaal, dieper, krachtiger, fijner genuanceerd van vorm, wordt zijne compositie ge­schapen, evenals het vers, – dit als het ware in zich opnemend en het omsmeltend – eene openbaring van het onzichtbare eeuwige leven, dat onder en in het zichtbare als drijvende kracht leeft. — Sommige menschen kunnen zich de heiligheid der muziek in dezen zin niet denken, zonder tevens te denken aan zekere “gewijde” onderwerpen. Zij mogen zich eens herinneren, dat de heiligheid van Rembrandt's schilderijen ook niet afhankelijk is van het gewijde van zijn onderwerp, maar leeft in zijne weergave van het heilige licht, al schijnt dit licht op een gewoon stuk vleesch of op een gordijn. — Diepenbrock die geen monnik is, kent ook de heiligheid der zuivere onnoozelheid van ge­wone menschen en dieren, die van hunne schijnbare trivialiteit, ge­tuige zijne compositie van het Vlaamsch liedeken Den uil, met welks levendige guitige vertolking het kwartet echten bijval oogstte. Wan­neer zullen wij allen eens begrijpen, dat heiligheid niet noodzakelijk verbonden is aan een uitgestreken gezicht, dat er heilige humor en heilige vroolijkheid bestaat, die wel grenzen aan het onheilige, maar het daarom nog niet, neen juist daarom het nog niet zijn. — De compositie van Receuillement, het “Entends, ma chère, entends la douce nuit qui marche” van Beaudelaire, den vader der moderne Fransche dichters, snijdend van melancolie, deed ons weer een andere zijde van Diepenbrock's werk kennen. — Wij hopen dat Zalsman ons met Diepenbrock niet met rust laat; wat moest ons de borst zwellen te weten dat hij in ons midden leeft.

Bloemendaalsch Weekblad (Mr. P. Tideman), 20 oktober 1907

pdf All reviews for RC 79 Recueillement (“Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille”)