english | nederlands

RC 115 Bruiloftslied (“In het kille ruwe hooge Noorden”)

first performance

1913-01-05 00:00:00.0 in intimate circle
  • Bruiloftslied (“In het kille ruwe hooge Noorden”)
  • Beukers, J.G. (Jan)
  • soprano, contralto, oboe, violin, viola, 2 violoncelli and triangle
  • 1912-12-01 00:00:00.0 - 1912-12-31 00:00:00.0
  • duration 7:30

Diepenbrock wrote the Bruiloftslied (Wedding Song) for the twelve and a half years wedding anniversary of Willem and Mathilde Mengelberg-Wubbe, which was to be celebrated on 5 January 1913 with a big dinner party for a hundred guests. As Diepenbrock himself put it, he was asked “to write a ditty for the occasion” for the singers Aaltje Noordewier-Reddingius and Pauline de Haan-Manifarges. …more >

Bruiloftslied (incipit)


Diepenbrock wrote the Bruiloftslied (Wedding Song) for the twelve and a half years wedding anniversary of Willem and Mathilde Mengelberg-Wubbe, which was to be celebrated on 5 January 1913 with a big dinner party for a hundred guests. As Diepenbrock himself put it, he was asked “to write a ditty for the occasion” for the singers Aaltje Noordewier-Reddingius and Pauline de Haan-Manifarges.

The poem provided by Jan Beukers, a close friend of the conductor, was of such poor quality that Diepenbrock was quite reluctant to set it to music. In a letter to Johanna Jongkindt he complained about this ‘commission’ he felt he could not refuse:

One of Mengelberg’s friends has written a text for it in the usual style with:
     Love is the soul of life!!
     Love, love above all!!
‘Love’ must be repaying me now that I am fated to set that drivel to music. I am doing it for Mengelberg. Anyway, by doing something like that, I will pass the evening more easily, if only because it isolates me a bit. […] Of course the ‘audience’ will find it ‘fun’ to hear Aal and Lien de Haan, who they only know from the St Matthew Passion, singing in a waltz tempo (BD VIII:78)

According to an entry in the diary of his wife, Diepenbrock thought the poem was “very tasteless” and became sick of it while composing. (BD VIII:83) Diepenbrock himself called his Bruiloftslied “that wretched duet” and his reluctant efforts contributed to him having to spend the days before the party in bed with a high fever and stomach problems. (BD VIII:85-86)

Nevertheless, Bruiloftslied is a worthy tribute to the conductor Mengelberg: an original refrain song that has melodic variation in the verses and intermezzos that vary in length. It also has virtuoso vocal parts.

In her diary Elisabeth Diepenbrock wrote an extensive report on the dinner party. For the performance of the Bruiloftslied both singers were dressed in black, adorned with red roses (half café chantant, which nobody had expected from them), while the musicians (Louis Zimmermann, violin; Cornelis Dopper, viola; Frits Gaillard and Thomas Canivez, cello; Richard Krüger, oboe; director Henk Freyer, triangle) and the conductor Diepenbrock were all in red tails (like a posh ‘string ensemble’ in a hotel and it looked very charming). The work was a great success and was immediately encored. It was the centrepiece of the evening and really an excellent achievement by everyone. Tilly and Willem were greatly moved and glowed with pleasure. (BD VIII:83)

Robert Spannenberg



In het kille ruwe hooge Noorden,
Aan de boorden van het IJ,
Leefde stil en voor zich zelve heel timide
Een jong maatje, dat was Hij.

En hij dacht er niet aan vrouwen of aan trouwen.
Niet aan trouwen? was dat waar?
Waarom werd hij dan zoo bleek
Wanneer een meisje naar hem keek,
Lieve vrienden vraag het maar aan Haar.

En als hij in Parkzicht terugkeerde
Zong hij eenzaam in zijn dakkamerkijn:

Liefde is de ziel van ’t leven
Liefde is de ziel van ’t Al.
Liefde is des Hemels zegen
Liefde, liefde boven al!

In het kille ruwe hooge Noorden,
Aan de boorden van het IJ
Leefde heel tevreden maar ach zonder vrindje
’n snoezig kindje, dat was Zij.

En zij dacht er niet aan mannen of aan huwen,
’t Is om te gruwen. Was dat waar?
Waarom werd zij dan zoo bleek
Wanneer een jongling naar haar keek,
Lieve vrienden vraag het zelf aan Haar.

En als zij alleen in haar kamertje zat,
Snikte zij droevig en teer:

Liefde is de ziel van ’t leven
Liefde is de ziel van ’t Al.
Liefde is des Hemels zegen
Liefde, liefde boven al!

Op een milde zomeravond,
Ja ’t was avond, ’t was al laat,
Liep hij angstig met versnelde schreden
Den P C door desperaat.

En hij drentelde als een doffer zonder duifje
Al maar dribblend heen en weer
En hij durfde niet te bellen,
ach, dat leven van die schellen
en sprak zacht: ik doe ’t een andre keer.

En opeens daar klonken tonen,
’t was de echo. Was dat waar?
Door het duister van den zomeravond
dreven klanken zoet en klaar.

En een wonderreine stem klonk als van verre
Als met een klank van louter goud.
Was het Tilly die hem minde,
Die hem zachtjes zocht te binden?
Lieve vrienden was dat niet haar stem?

Liefde is de ziel van ’t leven
Liefde is de ziel van ’t Al.
Liefde is des Hemels zegen
Liefde, liefde boven al!

En zoo hebben zij elkander dan gevonden,
schreiden verder naar ’t verschiet
Langs het pad bestrooid met kransen en met bloemen
Ja met bloemen naar men ziet.

En geen tonen klinken beide in hun leven
zoo bekoorlijk en verheven
als die eene zoete melodie.
En geen tonen klinken beide in hun leven
zoo bekoorlijk en verheven
als die oude zoete melodie.

Liefde is de ziel van ’t leven
Liefde is de ziel van ’t Al.
Liefde is des Hemels zegen
Liefde, liefde boven al!


  • A-6(8) Bruiloftslied

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15
    • 16

    A-6(8) autograph score, from p.13 copy

    • 1912-12-01 00:00:00.0 – 1912-12-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 16
  • C-25(1) Bruiloftslied

    sketch C-25(1)

    • 1912-12-01 00:00:00.0 – 1912-12-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

5 jan 1913: Koperen bruiloft van Willem en Tilly Mengelberg, gevierd met een diner voor 96 personen bij Couturier, waarbij het Bruiloftslied (“In het kille ruwe hooge Noorden”) van Diepenbrock op tekst van Jan Beukers wordt uitgevoerd door Aaltje Noordewier-Reddingius en Pauline de Haan-Manifarges begeleid door een klein instrumentaal ensemble onder leiding van Diepenbrock. Naar een idee van Diepenbrock waren de heren in rode rokken gekleed. Wegens groot succes werd het Bruiloftslied gebisseerd. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 6 januari is het volgende verslag van de festiviteiten te lezen:

Willem Mengelberg en zijne echtgenoote hebben gisteren hun 12½-jarig huwelijksfeest gevierd. 's Middags, toen de gevierde kunstenaar het podium betrad, werd hij door het Concertgebouw-publiek met een speciaal applausje begroet. Bovendien vond hij zijn lessenaar met groen versierd. Na het concert hield het echtpaar in den foyer van het gebouw eene korte receptie. Daarna vereenigden de heer en mevrouw Mengelberg hunne kunstvrienden en goede bekenden aan een maaltijd in den huize “Couturier”. Het heeft geen pas over dit intieme feest uitvoerige mededeelingen te doen. Vermeld zij slechts, dat o.m. aanzaten bestuurderen van het Concertgebouw en van de afdeeling Amsterdam van Toonkunst; leden van de concertbesturen te Rotterdam en Haarlem (den Haag was verhinderd); bekende kunstenaars en kunstenaressen, als: Bern. Zweers, Dr. Alphons Diepenbrock, Mevr. Noordewier-Reddingius, Mevr. de Haan-Manifarges, leden van het Concertgebouw-Orkest, enz. Natuurlijk is er door de gasten, zoo tusschen de verschillende gangen door, druk gemusiceerd. O.a. was er een “Mengelberg-strijkje”, onder leiding van den heer Diepenbrock, met medewerking van de dames Noordewier en de Haan. Uitgevoerd werd eene ballade, waarvan de woorden door den heer Diepenbrock zeer geestig geïllustreerd waren.

pdf All reviews for RC 115 Bruiloftslied (“In het kille ruwe hooge Noorden”)