english | nederlands

RC 142 Berceuse - met orkest

first performance

1918-04-03 00:00:00.0

publications

  • Berceuse (A.D.F 7) Alsbach & Co, G. (Amsterdam) 31619031

  • Berceuse - met orkest
  • Lerberghe, Charles Van
  • mezzosopraan, cello, harp en strijkers
  • 1918-04-01 00:00:00.0
  • duration 5:30

De Berceuse voor mezzosopraan, cello en piano, door Diepenbrock in oktober 1912 gecomponeerd als geschenk voor zijn vrienden Gérard en Julie Hekking-Cahen ter gelegenheid van de geboorte van hun dochter Françoise, kreeg in 1916 een warm pleitbezorgster in de persoon van Berthe Seroen (1882-1957). Samen met cellist Marix Loevensohn (1880-1943) en pianist Hans Franco Mendes (1890-1951) bracht zij het werk op 6 mei van dat jaar in première in de oorspronkelijke bezetting. (De versie met louter pianobegeleiding – RC 112 – had eerder het podium bereikt.) …more >

Berceuse (incipit)


De Berceuse voor mezzosopraan, cello en piano, door Diepenbrock in oktober 1912 gecomponeerd als geschenk voor zijn vrienden Gérard en Julie Hekking-Cahen ter gelegenheid van de geboorte van hun dochter Françoise, kreeg in 1916 een warm pleitbezorgster in de persoon van Berthe Seroen (1882-1957). Samen met cellist Marix Loevensohn (1880-1943) en pianist Hans Franco Mendes (1890-1951) bracht zij het werk op 6 mei van dat jaar in première in de oorspronkelijke bezetting. (De versie met louter pianobegeleiding – RC 112 – had eerder het podium bereikt.)

Na de succesvolle uitvoeringen die Seroen met Evert Cornelis in het daarop volgende seizoen gaf van de pianoversie verzocht zij Diepenbrock het werk te instrumenteren voor een concert op 3 april 1918 met het Utrechtsch Stedelijk Orkest onder leiding van Jan van Gilse (1881-1944). Diepenbrock zegde toe, maar kon zijn belofte aanvankelijk niet gestand doen wegens de onverwachte opdracht die hij op 24 februari van Willem Royaards kreeg voor het schrijven van toneelmuziek bij de voorstelling op 30 maart van Goethes Faust (zie RC 141). Om die reden dacht hij erover Sem Dresden (1881-1957) te vragen de Berceuse te arrangeren naar mijne indicaties. Die hielden, volgens zijn brief aan Seroen, het volgende in:

De pianopartij […] moet voor harp gezet worden. Hiervoor is kennis van de Harp noodig, en de harmonie (de accoorden) moeten door verdeelde Violen en alten alles con Sordino, als een lichte athmosfeer er omheen gelegd worden. Geen Celli moeten er bij zijn, alleen de Solo-Cello, de reeds bestaande partij […], de Bassen moeten hier en daar een pizzicato geven […]. Zoo zal het U wel bevallen en is het gemakkelijk uit te voeren (mits de Cello-Solist goed is), ook voor de Harp en voor de stem zeer voordeelig. Ik zal mijn best doen dat U het krijgt maar het kan niet voor 26 Maart. (BD IX:326)

Onbekend is of Dresden niet beschikbaar was. Feit is dat Diepenbrock zelf, na voltooiing van zijn Faust-muziek, de instrumentatie van de Berceuse heeft verzorgd. Op 1 april 1918 had hij de partituur, ingericht naar de ideeën die hij in zijn brief had uiteengezet, gereed. De volgende dag kon hij ze, samen met de door een kopiist in hoog tempo vervaardigde partijen, bij Seroen laten bezorgen.

Voor de jonge Willem Pijper (1894-1947), sinds een jaar recensent van het Utrechtsch Stedelijk en Provinciaal Dagblad, was de uitvoering een eye opener:

De instrumentatie van Diepenbrock’s Berceuse was een verrassing, zooals ook de kennismaking met dit prachtige liedje […] voor mij een verrassing was. Waarlijk – ik heb nooit geweten, dat Diepenbrock zóó subtiele en persoonlijke accenten had – ik wist niet, dat hij in dit genre zulk een Meester was. Hier vindt men niets, of bijna niets, meer van Wagner-invloeden van vroeger – de lengten van ander (ouder) werk hebben plaats gemaakt voor eene beknopte, boeiende structuur – Diepenbrock heeft hiermede een geheel eigen kunst gegeven. […] Berthe Seroen zong vooral dit onovertrefbaar. (BD IX:594)

Van Seroen is er nog een uitvoering gedocumenteerd, op 5 mei 1919 met de Arnhemsche Orkest-Vereeniging onder leiding van Leo Ruygrok (1884-1944) met medewerking van de cellist Toon Verhey (1894-1958).

Ton Braas



  • A-74 Berceuse Poésie de Ch v Lerberghe

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10

    A-74 entitled Berceuse Poésie de Ch v Lerberghe / A Diepenbrock Oct. 1912 and dated on the last page 1 April 1918

    • 1918-04-01 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 10

  • Berceuse (A.D.F 7)

    1922 Alsbach & Co, G. (Amsterdam)