english | nederlands

RC 69 Hymnus de Spiritu Sancto (“Veni Creator Spiritus”)

text source

Graduale Romanum (Paris: Desclée et Socii 1961), 150*v

first performance

1914-05-25 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw

recordings

  • Musica Sacra I
  • Neerlandica Sacra
  • Song and Friendship

publications

  • Hymnus de Spiritu Sancto vocibus virorum cum organi concentu Noske, A.A. 23537791

  • Hymnus de Spiritu Sancto (“Veni Creator Spiritus”)
  • Maurus, Hrabanus
  • mannenkoor en orgel
  • 1906-01-17 00:00:00.0 - 1906-03-16 00:00:00.0 | revised 1913-11-25 00:00:00.0
  • duration ca. 7:00

Alphons Diepenbrock componeerde de Hymnus de Spiritu Sancto op verzoek van kapelaan Cornelis van Erven Dorens. Deze hymnoloog en kerkmusicus was op zoek naar een Veni Creator Spiritus om in te studeren met leden van Rotterdamse koorgezelschappen tijdens een cursus in de kerkzang. De werken die hij in diverse catalogi had aangetroffen schatte hij van zeer inferieure kunstwaarde (BD V:78), reden om zich middels een brief d.d. 16 januari 1906 tot Diepenbrock te wenden met het verzoek een eenvoudig, doorgecomponeerd Veni Creator Spiritus te schrijven voor mannenkoor en orgel. …more >

Hymnus de Spiritu Sancto (incipit)


Alphons Diepenbrock componeerde de Hymnus de Spiritu Sancto op verzoek van kapelaan Cornelis van Erven Dorens. Deze hymnoloog en kerkmusicus was op zoek naar een Veni Creator Spiritus om in te studeren met leden van Rotterdamse koorgezelschappen tijdens een cursus in de kerkzang. De werken die hij in diverse catalogi had aangetroffen schatte hij van zeer inferieure kunstwaarde (BD V:78), reden om zich middels een brief d.d. 16 januari 1906 tot Diepenbrock te wenden met het verzoek een eenvoudig, doorgecomponeerd Veni Creator Spiritus te schrijven voor mannenkoor en orgel.

Diepenbrock ging direct op dit verzoek in. De compositie kostte hem echter moeite, zo bekende hij daags na voltooiing (16 maart 1906), omdat hij in jaren geen kerkmuziek meer geschreven had en tegemoet wilde komen aan de wens om zoo eenvoudig en gemakkelijk te schrijven als ik kon. Hij vervolgde: Zelf ben ik over het resultaat nog niet erg tevreden. Het jambische metrum en het grootendeels zeer abstracte van den inhoud maakt de compositie voor mij althands niet gemakkelijk. (BD V:108-109)

Overeenkomstig de wens van de opdrachtgever is de Hymnus de Spiritu Sancto doorgecomponeerd; evocatieve en contemplatieve passages wisselen elkaar af. Waar herhaling van muzikaal materiaal in de koorpartij optreedt, zorgt de omlijstende orgelpartij doorgaans voor variatie. Tijdens de orgelintermezzi, waarmee nieuwe secties worden ingeleid, vindt een aantal malen een modulatie plaats. Ook treedt in de koorpartijen incidenteel chromatiek op.

In een brief aan Van Erven Dorens licht Diepenbrock het werk als volgt toe:

Het melos in dit Veni Creator, de unisono-gedeelten, zijn gestileerd op de antieke gregoriaansche melodieën. De middelsatz heeft in de muziek evenals in de woorden “Infunde Amorem” een warmere, meer lyrische tint. Gezongen door een koor dat de beteekenis der woorden voelt, hoeft deze Satz daarom nog niet week te worden. De oude regels over het gebruik van sexten zijn echter naar mijn idee hierbij niet van toepassing. Verlangt men dat, dan is de componist zóó gebonden, dat de inspiratie gesmoord wordt en hij zijn behulp tot schema’s en formules moet nemen. De bouw heb ik geheel van den jambischen strofenbouw afhankelijk gemaakt, waardoor vanzelf de vrije doorgecomponeerde liedvorm aanwezig is. Ik heb daarom ook moeten accentueeren (tegen mijn taalgevoel van latinist) Parāclitus. […] Dat het stuk in een vrij rubato-tempo moet voorgedragen worden, spreekt vanzelf. De soms ietwat ingewikkelde rhythmiek met triolen in 2deelige rhythmen hangt hiermee samen. Organisten die dit “raar” vinden, moeten daar dan maar eens op studeeren. Gaarne had ik het stuk warmer, bloeiender gehad, maar ik wilde het zoo eenvoudig mogelijk maken, en misschien had ik toch op het oogenblik niets beters terecht kunnen brengen. (BD V:116)

Diepenbrock droeg het werk aan Van Erven Dorens op uit waardering voor diens sympathie voor mijne richting op het gebied der kerkmuziek. (BD V:115)

Obstakels om kerkelijke goedkeuring te verkrijgen

De cursus in kerkzang was inmiddels afgelopen, maar Van Erven Dorens hield zijn enthousiasme over de compositie niet voor zich. Op 3 augustus 1906 schreef hij opgetogen: De geestelijken in Rotterdam vinden die muziek prachtig en hopen evenals ik haar in de kerk in te voeren. Ik heb ze hun voorgespeeld op het orgel. Zo ook het Tantum Ergo. (BD V:186)

Ondertussen was het werk ingezonden naar de officiële beoordelingscommissie voor rooms-katholieke kerkmuziek, teneinde een Nihil obstat te verkrijgen. Het uitzonderlijke geval deed zich voor dat de zaak aan het voltallige college van 26 censoren werd voorgelegd. Zestien van hen keurden tijdens het beraad van 12 oktober Diepenbrocks Hymnus de Spiritu Sancto af voor liturgisch gebruik.

Een curieuze rol speelde voorzitter mgr. J.A.S. van Schaik. Tegenover Van Erven Dorens had hij zich aanvankelijk positief uitgelaten over de compositie door hem per brief te laten weten in dit werk den kuischen en toch zoo warmen adem der Liturgie te voelen. (BD V:137) Op het beslissende moment echter onthield ook hij het toch zijn goedkeuring vanwege de reminiscenties die twee passages bij hem opriepen:

Op zich acht ik de daar gebruikte melodie- en harmonievoortschrijding niet onkerkelijker dan een andere. Maar Richard Wagner heeft haar nu eenmaal zulke onuitwischbare Tannhäusertrekken gegeven, dat haar verschijnen, ook in deze omgeving, theaterherinneringen wekt, levendiger dan met aandachtige gebedsstemming vereenigbaar is. (BD V:243)

Half oktober werd Diepenbrock door Van Erven Dorens op de hoogte gesteld van de officiële afwijzing, die hem diep kwetste.

Diepenbrock verdacht Van Schaik ervan te heulen met partijen die er belang bij hadden hem buiten de kerkmuziek te houden. Met een kleine wijziging zou de Tannhäuser-gelijkenis die hij in één maat onderkende, te elimineren zijn, zoals hij demonstreerde aan Van Erven Dorens. (BD V:245-246) Maar het was uit principe dat de componist geen wijzigingen wenste aan te brengen in het stuk, omdat hij niet de schijn wilde wekken van een schooljongen die zijn werk overgemaakt heeft. (BD V:252) In plaats hiervan componeerde Diepenbrock begin november 1906 een ander Veni Creator Spiritus, nu voor mannenkoor a cappella (RC 74).

De afkeuring van Diepenbrocks compositie hield de gemoederen bezig. Zo diende Anton Averkamp bij de commissie een revisieaanvraag in met een pleidooi voor Diepenbrocks stijl. Tevergeefs. Via Averkamp vernam de componist in mei 1907 eindelijk welke argumenten voor de afwijzing waren gehanteerd:

1) Ongewone rhythmiek, 2) sterke modulatie, 3) overmatig chroma dat te kort doet aan de rustige waardigheid, 4) Tannhäusser reminiscentie, 5) de aanhef die geen nederig smeekgebed is. (BD V:383)

Op 25 november 1913 werkte Diepenbrock de partituur op enige plekken bij. Een half jaar later, op 25 mei 1914, werd het werk in het Concertgebouw in Amsterdam in première gebracht door de Koninklijke Liedertafel Apollo onder leiding van Fred. J. Roeske, die het op aandringen van het publiek met plezier herhaalden. (BD VIII:671) Na de tweede uitvoering door dit mannenkoor, op 9 mei 1916, verzocht Diepenbrock de dirigent om “in het belang van den goeden klank” in twee maten de stemvoering van de tweede tenor aan te passen. (BD IX:106)

Op 18 februari 1925 is onder voorzitterschap van W.P.H. Jansen alsnog het Nihil obstat toegekend. Datzelfde jaar werd Hymnus de Spiritu Sancto door Noske uitgegeven in samenwerking met het Alphons Diepenbrock Fonds.

Robert Spannenberg



  • A-56(4) Hymnus de Spiritu Sancto (“Veni Creator Spiritus”)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12

    Manuscript: A-56(4) dated on the first page 16 Maart 1906 and on the last page 16 Maart 1906. herzien 25 Nov 1913

    • 1906-03-16 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 12

Veni Creator Spiritus uitgevoerd door het mannenkoor Zang en Vriendschap (Haarlem) samen met het Tenby Male Choir o.l.v. Wouter Schmidt; orgel: Piet Hulsbos (opname 1981 in St Johns church Tenby)



  • Musica Sacra I

    Boxmeers Vocaal Ensemble ♦ Verschuren, Jan ♦ Brand, Boyke

    Tracks:
  • Neerlandica Sacra

    Capella Neerlandica ♦ Jellema, Theo ♦ Jansen, Harm

    Tracks:
  • Song and Friendship

    Tenby Male Choir ♦ Zang en Vriendschap

    Tracks:

  • Hymnus de Spiritu Sancto vocibus virorum cum organi concentu

    1925 Noske, A.A.

25 mei 1914: Eerste uitvoering van Tantum ergo en Hymnus de Spiritu Sancto (“Veni Creator Spiritus”) in het Concertgebouw te Amsterdam door de Liedertafel “Apollo” onder leiding van Fred. Roeske. Aan het concert werkten mee: Gerard Zalsman in liederen van Bach, Schubert en Gounod en Evert Cornelis als orgelsolist in werken van Mendelssohn en Widor. Op aandringen van het publiek moest het Veni creator worden herhaald.

Wat de muziekcritiek met belangstelling Concertgebouwwaarts deed gaan, waren de eerste uitvoeringen van twee mannenkoren van Diepenbrock met orgelbegeleiding. Deze combinatie is lang niet nieuw, maar in later tijd toch zelden gebruikt. Diepenbrock is er zeer gelukkig in geweest. Het orgel geeft aan den zang een bijzonder relief, het werpt er een diffuus en teeder, bijna geheiligd licht over, en juist in deze orgelbegeleiding hooren wij de diepste en innigste melodieën. — Bijzonder heeft mij het eerste Tantum ergo Sacramentum getroffen, door het verlangende en zuiver-zingende der melodie, de strenge afwisseling van koor- en orgelfrasen en den zielvollen eenvoud. Mij is dit werkje dan ook liever dan het langere, ook weer pompeuse Hymnus de Spiritu Sancto. Wie trouwens moet niet bij het Veni creator spiritus aan Mahler's achtste denken, die ons voor goed het rhythme, de woordmelodie op deze bede heeft gestempeld. — Toch is in Diepenbrock's koor veel opmerkenswaard, al zijn er ook inzinkingen. Hoe forsch klonk het “Hostem repellas” en welk een fraaie climax geeft het einde “In saeculorum saecula”, door het invallen van het orgel. — Aan dit forsche slot zal dan ook wel het groote succes mede te danken geweest zijn; zóó groot, dat, nadat de componist op het podium bedankt had, het geheele werk herhaald werd! Met blijkbare voorliefde is het gezongen en gespeeld. Roeske's schare heeft er alle eer van en dat men Evert Cornelis zeer bijzonder in de toejuichingen liet deelen, was slechts billijk: het orgel is hier zeker even belangrijk als het koor.

De Telegraaf (L.v.G.[igch] Jr.), 26 mei 1914

 

pdf All reviews for RC 69 Hymnus de Spiritu Sancto (“Veni Creator Spiritus”)