english | nederlands

RC 77 Mignon (“Kennst du das Land”)

text source

Goethe’s Gedichte Vol. I (Stuttgart: J.G. Cotta 1868), 97

first performance

1907-04-21 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw
  • Mignon (“Kennst du das Land”)
  • Goethe, Johann Wolfgang von
  • contralto and orchestra
  • 1907-02-01 00:00:00.0 - 1907-02-28 00:00:00.0
  • duration 6:40

Between 1906 and 1908 Diepenbrock revised and orchestrated several of his early songs. In a letter to one of his friends of December 1907 he explained the reason for the series of orchestrations: The accompaniment is […] not suited for the piano. It has too many orchestral colours. (BD V:482) During this period he also wrote several new songs, which were almost immediately orchestrated. …more >

Mignon (incipit)


Between 1906 and 1908 Diepenbrock revised and orchestrated several of his early songs. In a letter to one of his friends of December 1907 he explained the reason for the series of orchestrations: The accompaniment is […] not suited for the piano. It has too many orchestral colours. (BD V:482) During this period he also wrote several new songs, which were almost immediately orchestrated.

Although the ballads Mignon (RC 12) and Der König in Thule (The King in Thule, RC 16) date back to when Diepenbrock was a student (composed in 1884 and 1886 respectively), they were only premiered, in the orchestral version, in the spring of 1907. The piano versions were never performed in public. Mignon was revised in February 1907, the other ballad in March (see RC 78). According to correspondence and unsigned programme notes that were most likely written by Diepenbrock, the alto Pauline de Haan-Manifarges initiated these arrangements. (BD V:724) Diepenbrock was pleased to accept her request, as she had been one of the main advocates of his work for years.

The score of Mignon calls for oboe and English horn, 2 clarinets and bass clarinet, 2 bassoons, 4 horns and strings. In keeping with the character of the composition, which according to Diepenbrock, is entirely written in a free declamatory form (BD V:724), the orchestration is overall very subdued and extremely subtle. Many instruments appear as a solo. On Mignon’s question “Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn” (Do you know the land where the lemon trees blossom) the strings enter divided and con sordino. The first chord on the word “Land” is divided over four (solo) violas. In the third verse this indefinable feeling returns.

On 21 April 1907 Pauline de Haan-Manifarges (1872-1954) premiered both ballads at a concert in the Amsterdam Concertgebouw. She also sang the Hymne an die Nacht “Muss immer der Morgen wiederkommen” (Hymn to the Night “Must the Morning Always Return”, RC 50), which is dedicated to her and was conducted by Diepenbrock himself. The performance was a success and Diepenbrock was very pleased with the execution of the ballads, as he told the singer in a letter of thanks (see RC 78).

Another memorable performance of both Mignon and Der König in Thule (RC 78) took place on 26 June 1910 at the three-day music festival organised by the Nederlandsche Toonkunstenaars-Vereeniging (Dutch Society of Musicians) for its 35th annual meeting in the Concertgebouw in ’s-Hertogenbosch. Anke Schierbeek (1878-1960) sang the two songs with the Stedelijke Muziekcorps and the Arnhem Orchestral Society conducted by M.J. Ogier.

Désirée Staverman



Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn,
Im dunklen Laub die Goldorangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl? Dahin! Dahin
Möcht' ich mit dir, o mein Geliebter, ziehn!

Kennst du das Haus? Auf Säulen ruht sein Dach,
Es glänzt der Saal, es schimmert das Gemach,
Und Marmorbilder stehn und sehn mich an:
Was hat man dir, du armes Kind, getan?
Kennst du es wohl? Dahin! Dahin
Möcht' ich mit dir, o mein Beschützer, ziehn!

Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?
Das Maultier sucht im Nebel seinen Weg,
In Höhlen wohnt der Drachen alte Brut,
Es stürzt der Fels und über ihn die Flut:
Kennst du ihn wohl? Dahin! Dahin
Geht unser Weg! o Vater, laß uns ziehn!

Do you know the land where the lemon trees blossom?
Among dark leaves the golden oranges glow.
A gentle breeze from blue skies drifts.
The myrtle is still, and the laurel stands high.
Do you know it well?
There, there would I go with you, my beloved.

Do you know the house? On pillars rests its roof.
The great hall glistens, the room shines,
and the marble statues stand and look at me, asking:
‘What have they done to you, poor child?’
Do you know it well? there, there
Would I go with you, oh my protector.

Do you know the mountain and its path?
The muletier searches in the clouds for his way;
in the caves dwell the dragon of the old breed.
The cliff falls, and over it the flood.
Do you know it well? There, there
leads our way; oh father, let us go!

 


 


  • A-60(1) Mignon (“Kennst du das Land”)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15
    • 16
    • 17
    • 18
    • 19
    • 20
    • 21
    • 22
    • 23
    • 24
    • 25
    • 26
    • 27
    • 28
    • 29
    • 30
    • 31
    • 32
    • 33
    • 34
    • 35
    • 36
    • 37
    • 38
    • 39
    • 40
    • 41
    • 42
    • 43
    • 44
    • 45
    • 46
    • 47
    • 48
    • 49
    • 50
    • 51
    • 52
    • 53
    • 54
    • 55
    • 56
    • 57
    • 58
    • 59
    • 60
    • 61
    • 62
    • 63
    • 64
    • 65
    • 66
    • 67
    • 68
    • 69
    • 70
    • 71
    • 72
    • 73
    • 74
    • 75
    • 76
    • 77

    A-60(1) dated on the last page gecomp. Dec. 1884 geinstr. Febr. 1907

    • 1907-02-01 00:00:00.0 – 1907-02-28 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 77

21 apr 1907: Eerste uitvoering van Mignon en Der König in Thule door Pauline de Haan-Manifarges met het Concertgebouw-Orkest onder leiding van Willem Mengelberg, die voorts de ouverture Alceste van Gluck, de Unvollendete van Schubert en Tod und Verklärung van Richard Strauss dirigeert. Als laatste nummer voor de pauze wordt de Hymne an die Nacht voor alt en orkest door Diepenbrock gedirigeerd.

In het programma is de volgende ongesigneerde, vermoedelijk door Diepenbrock geschreven toelichting opgenomen:

De beide ballades van Goethe werden door Diepenbrock vele jaren geleden gecomponeerd (Mignon in 1884, Der König in Thule in 1886), en verschenen in druk bij Steyl und Thomas te Frankfurt a/M. voor zang met pianobegeleiding en werden op verzoek van Mevrouw de Haan-Manifarges onlangs door den componist geïnstrumenteerd voor klein orkest (No. 1 zonder fluiten en contrabassen, van het koper al­leen de hoorns, No. 2 eveneens zonder fluiten, maar met Contrabas­sen, Bazuinen, 1 Solotrompet en Pauken). — Het eerste lied is geheel in vrijen recitatiefvorm geschreven. [...] — De zangpartij gaat uit van den eenvoudigen verhalenden toon van het “Volkslied”, verheft zich tegelijk met de begeleiding tot sterkere dramatische accenten, en keert aan het eind weer tot den verhalenden toon terug. — Beide liederen worden heden voor het eerst in het publiek uitgevoerd.

Wilt gij 't gelooven, lezer, dat zij, voor wie het luisteren naar muziek “métier” werd, ook de oogenblikken kennen waarin zij muziek niet hooren kunnen, omdat hun gemoed vol is en hun geest geen afleiding begeert? [...] Waarom klonk de anders zoo bekorende welluidendheid van Schubert's Onvoltooide Symphonie mij lang, gelijk lang was dat aanhouden van de D vóór de toch zoo behaaglijk aandoende wending naar G-dur; lang eveneens de droomerige stemming in het Andante? Was ik minder gevoelig voor de fijne romantiek van Schubert? Minder ontvankelijk ook voor Goethe's poëtische balladen Mignon en Der König von Thule, al moest ik Diepenbrock's orkestrale zetting en den nobelen zang van mevrouw De Haan-Manifarges bewonderen? [...] Niets echter was gisteren in schoonheid te vergelijken met de Hymne an die Nacht (“Muss immer der Morgen wiederkommen”) van Novalis-Diepenbrock, die de alt-zangeres en het or­kest (ditmaal door Fiedler aangevoerd) onder de hoog te prijzen lei­ding van den componist gezongen hebben, ontroerend door het diep-innerlijke en verhevene der prachtig melodische sonoriteit!

Algemeen Handelsblad (S.Z. [= W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 22 april 1907

 

pdf All reviews for RC 77 Mignon (“Kennst du das Land”)