english | nederlands

RC 88* Der Abend (“Wie so leis’ die Blätter wehn”)

unfinished work

text source

Max Koch (ed.), Arnim, Klemens und Bettina Brentano, J. Görres (Stuttgart: Union Deutsche Verlagsgesellschaft [n.d.]), 158-159
  • Der Abend (“Wie so leis’ die Blätter wehn”)
  • Brentano, Clemens
  • vocaal kwartet
  • 1908-08-22 00:00:00.0

Nadat Diepenbrock in augustus 1908 binnen een week drie vocale kwartetten op teksten van Goethe (RC 85, 86, 87) had gecomponeerd voor het solistenensemble van Gerard Zalsman, nam hij voor dezelfde bezetting het gedicht Der Abend van Clemens Brentano ter hand. De schetsen dateren van 22 augustus, twee dagen na de voltooiing van Auf dem See. Thematische verwantschap van Brentano’s gedicht met Goethes Wandrers Nachtlied zal een rol hebben gespeeld bij Diepenbrocks tekstkeuze. …more >

Der Abend (incipit)


Nadat Diepenbrock in augustus 1908 binnen een week drie vocale kwartetten op teksten van Goethe (RC 85, 86, 87) had gecomponeerd voor het solistenensemble van Gerard Zalsman, nam hij voor dezelfde bezetting het gedicht Der Abend van Clemens Brentano ter hand. De schetsen dateren van 22 augustus, twee dagen na de voltooiing van Auf dem See. Thematische verwantschap van Brentano’s gedicht met Goethes Wandrers Nachtlied zal een rol hebben gespeeld bij Diepenbrocks tekstkeuze.

De compositie is blijven steken in twee verschillende zettingen van het eerste couplet, genoteerd in vierkwartsmaat. In eerste instantie is de toonsoort d-klein gekozen en overweegt er een rustige beweging van secundes in de textuur. Dit ontwerp beslaat 15½ maat. Op een ‘schone’ pagina in het schetsboek is Diepenbrock nog dezelfde dag, uitgaande van het kopmotief in de sopraan, opnieuw begonnen in D-groot, maar ook deze zetting breekt af na het eerste couplet dat nu veertien maten omvat.

Blijkbaar bevielen beide zettingen Diepenbrock niet; hij heeft ze met een dik blauw potlood doorgestreept.

Désirée Staverman & Ton Braas



Der Abend

Wie so leis’ die Blätter wehn
In dem lieben, stillen Hain,
Sonne will schon schlafen gehn,
Läßt ihr goldnes Hemdelein
Sinken auf den grünen Rasen,
Wo die schlanken Hirsche grasen
In dem roten Abendschein.

In der Quellen klarer Flut
Treibt kein Fischlein mehr sein Spiel,
Jedes suchtet, wo es ruht,
Sein gewöhnlich Ort und Ziel,
Und entschlummert überm Lauschen
Auf der Wellen leises Rauschen
Zwischen bunten Kieseln kühl.

Schlank schaut auf der Felsenwand
Sich die Glockenblume um;
Denn verspätet über Land
Will ein Bienchen mit Gesumm
Sich zur Nachtherberge melden,
In den blauen, zarten Zelten,
Schlüpft hinein und wird ganz stumm.

Vöglein, euer schwaches Nest
Ist das Abendlied vollbracht
Wird wie eine Burg so fest.
Fromme Vöglein schützt zur Nacht
Gegen Katz und Marderkrallen,
Die im Schlaf sie überfallen,
Gott, der über alle wacht.

Treuer Gott, du bist nicht weit,
Dir vertraun wir ohne Harm
In der wilden Einsamkeit,
Wie in Hofes eitlem Schwarm.
Du wirst uns die Hütte bauen,
Daß wir fromm und voll Vertrauen
Sicher ruhn in deinem Arm.

 

The Evening

How softly the leaves blow
In the sweet and quiet grove,
The sun already seeks its rest
And lets its golden tunic
Sink onto the green lawns,
Where the slender deer graze
In the crimson evening light.

In the clear spring waters
The fish no longer play,
For all seek to rest
In their usual place,
Sleeping as they listen
To the soft murmur of the waves,
Cool between bright pebbles.

The slim campanula
Looks around on the cliffside.
A buzzing bee
Flies tardily around
In search of shelter for the night;
It slips into soft blue tents
And is completely silent.

Little birds, your flimsy nest
Is transformed by the song of the night
And becomes as strong as a fortress.
Pious little birds, may God who watches over all
Protect you at night
From the cats’ and martens’ claws
That might attack you whilst you sleep.

Faithful God, you are not far,
We trust in you and fear neither
The wild desert places
Nor the vain crowds at Court.
You will build a tabernacle for us,
That in pious trust
We may rest safe in your arms.

(transl. Peter Lockwood)

 

 

 


  • C-7(32-35) Der Abend (“Wie so leis’ die Blätter wehn”)

    C-7(32-35) dated on the first page 22 Aug 1908 and on the third page 22 Aug.

    • 1908-08-22 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown