english | nederlands

RC 2 Academische feestmarsch

first performance

1882-06-20 00:00:00.0 Amsterdam, Garden of the Crystal Palace

recordings

  • Wind Music from the Netherlands I NM Classics 92080

publications

  • Academische Feestmarsch, arrangement for piano (A.R. 190) Roothaan, Albert 20654845

  • Academische feestmarsch (Academische Feestmarsch)
  • militaire kapel
  • 1882-05-01 00:00:00.0 - 1882-06-10 00:00:00.0
  • duration 10:00

Diepenbrock componeerde de Academische Feestmarsch in het voorjaar van 1882 op verzoek van het Amsterdamsch Studenten Corps voor de aanstaande viering van het eerste lustrum van de Universiteit van Amsterdam. De universiteit was voortgekomen uit het in 1632 opgerichte Athenaeum Illustre waarvan het 250-jarig bestaan werd herdacht. …more >

Academische feestmarsch (incipit)


Diepenbrock componeerde de Academische Feestmarsch in het voorjaar van 1882 op verzoek van het Amsterdamsch Studenten Corps voor de aanstaande viering van het eerste lustrum van de Universiteit van Amsterdam. De universiteit was voortgekomen uit het in 1632 opgerichte Athenaeum Illustre waarvan het 250-jarig bestaan werd herdacht.

In twee weken tijd (1-15 mei) had Diepenbrock het stuk, genoteerd in een pianoversie, gereed. De uitwerking vergde nog bijna een maand. De 19-jarige componist combineerde een traditionele rondo-vorm met de melodieën van twee studentenliederen: Io vivat, ontstaan in Leiden rond 1800, en Gaudeamus igitur, waarvan de tekst teruggaat op een gedicht uit de dertiende eeuw, en waarvan de eerste drie coupletten van de huidige versie al sinds het begin van de 18e eeuw in studentenkringen populair waren. De première vond plaats op 20 juni 1882 in de tuin van het Paleis voor Volksvlijt, aan het begin van een “Groot Militair Concert” door de Koninklijke Militaire Kapel van het Regiment Grenadiers en Jagers onder leiding van J.H. Völlmar, als onderdeel van de reüniefeesten. De Academische feestmarsch, het eerste nummer van het programma, werd enthousiast ontvangen. Na afloop kreeg Diepenbrock door de rector namens het corps een lauwerkrans omgehangen. Op 22 juni volgde een tweede uitvoering tijdens een matinée musicale op dezelfde locatie. De Feestmarsch viel door het citeren van het Io vivat erg in de smaak bij de studenten en oogstte dan ook veel bijval. (BD I:522)

Hoe Diepenbrocks instrumentatie voor harmonie-orkest heeft geklonken kunnen we slechts gissen, aangezien de definitieve partituur waaruit het stuk is gedirigeerd, verloren is gegaan bij een uitslaande brand (6 maart 1919) in de Alexander-Kazerne te ’s-Gravenhage waar het regiment was gelegerd. Ons rest met semi-autograaf A-1, die incompleet is, een voorstadium waarin op verscheidene pagina’s slechts één notenbalk is ingevuld met uitsluitend de hoofdmelodie. Een verdere indicatie van de orkestratie levert de in december 1882 in druk verschenen pianoversie, die incidenteel de namen bevat van een of meerdere instrumenten die de betreffende passage zijn karakter geven.

Het is niet bekend of de componist zich vanaf de conceptie van het stuk zelfstandig op het instrumenteren voor harmonie-orkest heeft voorbereid, maar uit een brief van zijn moeder (BD I:73) kunnen we opmaken dat Diepenbrock betreffende dit aspect vanaf midden mei 1882 te rade is gegaan bij Jacob Kwast (1820-1890), leraar koorzang, piano en compositie. Een deel van de bewaard gebleven semi-autograaf is van diens hand. Daar Diepenbrock bij de eerste repetitie door de Koninklijke Militaire Kapel “geschrokken was van zijn muziek; het had hem hevig aangedaan” (BD I:26), zouden we enerzijds kunnen concluderen dat de componist volledig overweldigd was door zijn eigen muziek, anderzijds dat hij vooraf slechts een globale voorstelling had gehad van het effect van de instrumentatie, die dus grotendeels op de initiatieven van Kwast moet zijn terug te voeren.

De introductie en de eerste episode (= refrein) van de compositie staan in de toonsoort van B groot, de twee contrasterende episodes in respectievelijk As groot en E groot, waarbij in de laatste op geraffineerde manier de melodie van het Io vivat als tegenstem wordt geïntroduceerd door de trombones:

De daaropvolgende herhaling van het refrein ontwikkelt zich tot een pompeus coda, waarin achtereenvolgens het Gaudeamus igitur en het Io vivat compleet gespeeld worden. De afsluitende maten grijpen terug op het refrein (ditmaal Allegro con brio), maar worden onverwachts afgebroken door een kort en krachtig “hoezee, hoezee!” uitgedrukt in de vier slotakkoorden.

Hoewel de compositie in structuur en samenklanken nog zeer traditioneel is, horen we in de korte verbinding tussen het eerste refrein en de volgende episode plotseling enigszins Wagneriaanse harmonieën. Eduard Reeser signaleerde een overeenkomst tussen de melodische contouren en harmonisatie van Diepenbrocks refrein en het volgende thema in de derde acte van Wagners Lohengrin (scene 3, m. 17-24):

Daarentegen heeft de melodie van de tweede contrasterende episode in de Feestmarsch kenmerken die naderhand Diepenbrocks liederen hun zo persoonlijk karakter zullen geven.

Jaap van Benthem

 

 

 

 

 



  • A-1 Academische Feestmarsch

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15
    • 16
    • 17
    • 18
    • 19
    • 20
    • 21
    • 22
    • 23
    • 24
    • 25
    • 26
    • 27
    • 28
    • 29
    • 30
    • 31
    • 32
    • 33
    • 34
    • 35
    • 36
    • 37
    • 38
    • 39
    • 40
    • 41
    • 42
    • 43
    • 44
    • 45
    • 46
    • 47

    Semi-autograph A-1 (incomplete score) signed and dated on the flyleaf Alf Diepenbrock lit hum. stud. Amsterdam (geschreven 1 Mei – 10 Juny. uitgevoerd Dinsdag. 20 Juny. 1882;  
    the title page reads Feestmarsch gecomponeerd voor Harmonie-orkest ter viering van het 1e lustrum der Amsterdamsche Universiteit (juny 1882) door Alfons Diepenbrock litt hum stud and the dedication on the reverse side: Commilitonum Studiosorum Amstelodamensium quibus signum est: "Honestum petimus usque" amplissimo collegio sacrum

    • 1882-05-01 00:00:00.0 – 1882-06-10 00:00:00.0
    • dedication: Feestmarsch gecomponeerd voor Harmonie-orkest ter viering van het 1e lustrum der Amsterdamsche Universiteit (juny 1882) door Alfons Diepenbrock litt hum stud Commilitonum Studiosorum Amstelodamensium quibus signum est: "Honestum petimus usque" amplissimo collegio sacrum
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 47

  • Wind Music from the Netherlands I

    NM Classics 92080

    Tracks:

  • Academische Feestmarsch, arrangement for piano (A.R. 190)

    1882 Roothaan, Albert