english | nederlands

RC 98* Sérénade (“Comme la voix d’un mort”)

unfinished work

text source

Paul Verlaine, Poèmes saturniens (Paris: Léon Vanier 1894), 89-91
  • Sérénade (“Comme la voix d’un mort”)
  • Verlaine, Paul
  • zangstem en piano
  • 1909-07-20 00:00:00.0

Daags nadat Diepenbrock op 19 juli 1909 zijn Verlaine-lied Puisque l’aube grandit (RC 97) had voltooid, begon hij op p. 44 van schetsboek C-10 aan een zetting van Sérénade van deze dichter. Dit in macabere bewoordingen gestelde liefdesgedicht is te vinden in de bundel Poèmes saturniens die Diepenbrock – tegelijk met acht andere Verlaine-uitgaven – op 19 juni 1908 van zijn vriend W.G. Hondius van den Broek had ontvangen. Hoe ver Diepenbrock met de toonzetting is gevorderd, is niet te zeggen, omdat hij de volgende vier bladen heeft uitgesneden. Merkwaardig is dat op p. 13 van ditzelfde muziekboekje, tussen schetsen van werken die Diepenbrock in het voorjaar van 1909 onder handen had, een zestal maten is te vinden waarin de zangstem twee regels van de laatste strofe aanheft: …more >

Sérénade (incipit)


Daags nadat Diepenbrock op 19 juli 1909 zijn Verlaine-lied Puisque l’aube grandit (RC 97) had voltooid, begon hij op p. 44 van schetsboek C-10 aan een zetting van Sérénade van deze dichter. Dit in macabere bewoordingen gestelde liefdesgedicht is te vinden in de bundel Poèmes saturniens die Diepenbrock – tegelijk met acht andere Verlaine-uitgaven – op 19 juni 1908 van zijn vriend W.G. Hondius van den Broek had ontvangen. Hoe ver Diepenbrock met de toonzetting is gevorderd, is niet te zeggen, omdat hij de volgende vier bladen heeft uitgesneden. Merkwaardig is dat op p. 13 van ditzelfde muziekboekje, tussen schetsen van werken die Diepenbrock in het voorjaar van 1909 onder handen had, een zestal maten is te vinden waarin de zangstem twee regels van de laatste strofe aanheft:

Ouvre ton âme et ton oreille au son
De ma mandoline:
Pour toi j’ai fait, pour toi, cette chanson
Cruelle et câline.

Nergens in Diepenbrocks overgeleverde brieven is een vermelding te vinden van dit onvoltooide lied; ook over het gedicht heeft hij zich blijkbaar nooit uitgelaten.

Ton Braas



Comme la voix d’un mort qui chanterait
            Du fond de sa fosse,
Maîtresse, entends monter vers ton retrait
            Ma voix aigre et fausse.

Ouvre ton âme et ton oreille au son
            De ma mandoline :
Pour toi j’ai fait, pour toi, cette chanson
            Cruelle et câline.

Je chanterai tes yeux d’or et d’onyx
            Purs de toutes ombres,
Puis le Léthé de ton sein, puis le Styx
            De tes cheveux sombres.

Comme la voix d’un mort qui chanterait
            Du fond de sa fosse,
Maîtresse, entends monter vers ton retrait
            Ma voix aigre et fausse.

Puis je louerai beaucoup, comme il convient,
            Cette chair bénie
Dont le parfum opulent me revient
            Les nuits d’insomnie.

Et pour finir, je dirai le baiser,
            De ta lèvre rouge,
Et ta douceur à me martyriser,
            — Mon Ange ! — ma Gouge !

Ouvre ton âme et ton oreille au son
            De ma mandoline :
Pour toi j’ai fait, pour toi, cette chanson
            Cruelle et câline.


  • C-10(3)

    C-10(13)

    • 1909-07-20 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • C-10(44)

    Manuscript: C-10(44) dated 20 Juli

    • 1909-07-20 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown