english | nederlands

RC 1 Blauw, blauw bloemelijn (“Ik heb haar in mijn hart bemind”)

text source

G. Antheunis, Leven, lieven, zingen (The Hague: Henri J. Stemberg 1880), 33-34

publications

  • Samenklank II – Liederen op Nederlandse teksten voor lage of middelstem en piano Broekmans & Van Poppel 8140979

  • Blauw, blauw bloemelijn (“Ik heb haar in mijn hart bemind”)
  • Antheunis, Gentil
  • zangstem en piano
  • 1880-01-01 00:00:00.0 - 1880-12-31 00:00:00.0 | revised 1888-01-01 00:00:00.0 - 1888-12-31 00:00:00.0
  • duration 4:30

Autograaf A-6(1) is het vroegst gedateerde muziekmanuscript dat van Diepenbrock bewaard is gebleven. Het betreft een los vel waar op de voorzijde louter de eerste strofe van de compositie is genoteerd en op de onderste helft van de achterzijde een correctie staat van vier maten en het ritornel van de pianopartij. In dit document ontbreekt de titel en luidt de eerste tekstregel “Ik heb haar als mijn ziel bemind” in plaats van “Ik heb haar in mijn hart bemind”. Op de bovenste helft van de achterzijde zijn in Diepenbrocks hand geschreven de eerste versregels van de ballade Der Schäfer van Ludwig Uhland; eronder in de hand van Diepenbrocks vader Ferdinand de opmerking dat Heine dit gedicht in zijn boek Die romantische Schule heeft opgenomen (zie RC 0: Verloren gegane werken). De aantekening in de marge van Ludgardis, Diepenbrocks jongste zuster, moet van een latere datum stammen, wellicht pas van na zijn dood. Als met de vermelding op mijn zestiende jaar Ludgardis’ zestiende verjaardag is bedoeld, dan zou zij dit manuscript op 3 juli 1888 hebben ontvangen. …more >

Blauw, blauw bloemelijn (incipit)


Autograaf A-6(1) is het vroegst gedateerde muziekmanuscript dat van Diepenbrock bewaard is gebleven. Het betreft een los vel waar op de voorzijde louter de eerste strofe van de compositie is genoteerd en op de onderste helft van de achterzijde een correctie staat van vier maten en het ritornel van de pianopartij. In dit document ontbreekt de titel en luidt de eerste tekstregel “Ik heb haar als mijn ziel bemind” in plaats van “Ik heb haar in mijn hart bemind”. Op de bovenste helft van de achterzijde zijn in Diepenbrocks hand geschreven de eerste versregels van de ballade Der Schäfer van Ludwig Uhland; eronder in de hand van Diepenbrocks vader Ferdinand de opmerking dat Heine dit gedicht in zijn boek Die romantische Schule heeft opgenomen (zie RC 0: Verloren gegane werken). De aantekening in de marge van Ludgardis, Diepenbrocks jongste zuster, moet van een latere datum stammen, wellicht pas van na zijn dood. Als met de vermelding op mijn zestiende jaar Ludgardis’ zestiende verjaardag is bedoeld, dan zou zij dit manuscript op 3 juli 1888 hebben ontvangen.

In Diepenbrocks familiekring is men er altijd van overtuigd geweest dat hij dit lied speciaal geschreven heeft voor zijn achternicht Luise Diepenbrock (1862-1950) die in de jaren 1875-1878 met haar ouders in Amsterdam gewoond heeft en vaak met hem musiceerde, zoals zij in haar brief d.d. 22 november 1905 memoreert. (BD V:40) In 1879 verloofde zij zich met Arthur Bäseler met wie zij in 1883 trouwde. Aangezien in Antheunis’ gedicht Blauw, blauw bloemelijn eenzelfde situatie wordt geschilderd als in Der Schäfer van Uhland, is het vermoeden gerechtvaardigd dat Diepenbrock heimelijk op Luise verliefd is geweest en dat haar weggaan hem sterk heeft aangegrepen.

De notatie van A-6(1) suggereert dat het lied in aanleg zuiver strofisch is geweest. Met een doorgecomponeerde vierde en vijfde strofe is het werk te vinden in autograaf A-49(11), dat ingebonden is in een album met Diepenbrock-liederen van altzangeres Cato Loman, een goede vriendin van de familie. Hier luidt de eerste tekstregel conform het gedicht en zijn de openingsmaten van de piano harmonisch geraffineerder. Aan te nemen valt dat Diepenbrock dit manuscript in 1888 vervaardigde, vóór hij de originele versie aan zijn zuster schonk.

Eduard Reeser & Ton Braas



Ik heb haar in mijn hart bemind,
Zij was zoo rein, zoo zoet en schoon,
Zij was een edel koningskind,
Ik ben een arme herderszoon.
En denk ik heden nog daaraan,
Ik voel mijn hart van smart vergaan.
Blauw, blauw bloemelijn.

Eens kwam ik aan haar vaders slot,
Zij blikte minlijk neer op mij,
En groette fluistrend: “Hoed’ u God!”
Ik ging met kloppend hart voorbij.
En denk ik heden nog daaraan,
Ik voel mijn hart van smart vergaan.
Blauw, blauw bloemelijn.

Ik keerde langs denzelfden kant,
Zij was gebleven waar zij stond.
Een bloemken blauw ontviel haar hand,
Ik drukte ’t stil aan hart en mond.
En denk ik heden nog daaraan,
Ik voel mijn hart van smart vergaan.
Blauw, blauw bloemelijn.

Met vlag en vaandel, trom en fluit,
Daar kwam een kongingszoon, o wee!
Hij was de bruigom, zij de bruid,
Hij voerde ze over land en zee.
En denk ik heden nog daaraan,
Ik voel mijn hart van smart vergaan.
Blauw, blauw bloemelijn.

Zij trokken door mijn stille dal,
Zij blikte treurig neer op mij.
Ik hoorde lang het vreugdgeschal,
Voor mij was vreugd en hoop voorbij.
En denk ik heden nog daaraan,
Mijn harte zal van smart vergaan.
Blauw, blauw bloemelijn.


  • A-49(11) Blauw, blauw bloemelijn

    • 1
    • 2
    • 3

    A-49(11) signed and dated at the last page AD (1880)

    • 1880-01-01 00:00:00.0 – 1880-12-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 3
  • A-6(1) Blauw, blauw bloemelijn

    A-6(1) in the key of C minor, dated 1880 en door Ludgardis Diepenbrock voorzien van de aantekening van Fons gekregen op mijn 16de jaar

    • 1880-01-01 00:00:00.0 – 1880-12-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • Samenklank II – Liederen op Nederlandse teksten voor lage of middelstem en piano

    1953 Broekmans & Van Poppel Flothuis, Marius