english | nederlands

RC 15 Maanlicht (“O geur’ger heft zich ied’re bloeme”)

text source

Albert Verwey, Persephone en andere gedichten (The Hague: Rössing), 52 (previously published in De Nederlandsche Spectator d.d. 13 January 1883)

recordings

  • Anniversary Edition 6 Et'cetera KTC 1435 CD6

publications

  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

  • Maanlicht (“O geur’ger heft zich ied’re bloeme”)
  • Verwey, Albert
  • tenor en piano
  • 1885-11-25 00:00:00.0
  • duration 2:40

Albert Verwey (1865-1937) maakte deel uit van Diepenbrocks hechte vriendenkring van studenten in de klassieke talen of Nederlandse letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Willem Kloos, Frederik van Eeden en marxistisch theoreticus Frank van der Goes richtte Verwey in 1885 De Nieuwe Gids op, het tweemaandelijks tijdschrift voor letteren, kunst, politiek en wetenschap waaraan Diepenbrock vanaf maart 1891 zijn medewerking zou verlenen. Na ontvangst van het eerste nummer (oktober 1885) met daarin fragmenten uit Verweys grootschalige, rijmloze gedicht Persephone (reeds geschreven in 1883) en een viertal sonnetten van Kloos, complimenteerde Diepenbrock zijn vriend Kloos op de volgende kenmerkende wijze: Wees er maar op voorbereid dat jij en Verwey voor die verzen de noodige stokslagen door de officiëele ‘kritiek’ zullen toegediend worden. Met het vooruitzicht wil ik jelui bij voorbaat feliciteeren. (BD I:108) …more >

Maanlicht (incipit)


Albert Verwey (1865-1937) maakte deel uit van Diepenbrocks hechte vriendenkring van studenten in de klassieke talen of Nederlandse letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Willem Kloos, Frederik van Eeden en marxistisch theoreticus Frank van der Goes richtte Verwey in 1885 De Nieuwe Gids op, het tweemaandelijks tijdschrift voor letteren, kunst, politiek en wetenschap waaraan Diepenbrock vanaf maart 1891 zijn medewerking zou verlenen. Na ontvangst van het eerste nummer (oktober 1885) met daarin fragmenten uit Verweys grootschalige, rijmloze gedicht Persephone (reeds geschreven in 1883) en een viertal sonnetten van Kloos, complimenteerde Diepenbrock zijn vriend Kloos op de volgende kenmerkende wijze: Wees er maar op voorbereid dat jij en Verwey voor die verzen de noodige stokslagen door de officiëele ‘kritiek’ zullen toegediend worden. Met het vooruitzicht wil ik jelui bij voorbaat feliciteeren. (BD I:108)

Uit de bundel Persephone en andere gedichten die Verwey in 1885 uitbracht, koos Diepenbrock het sonnet Maanlicht om er een lied op te maken. Volgens de enige overgeleverde bron is het in één dag, 25 november 1885, tot stand gekomen. Het gaat hier, zoals ook het geval is bij een aantal van zijn eerdere composities, om een tekst waarin de bedwelming van de nachtelijke natuur bijna tastbaar aanwezig is. Verweys gedicht is een ode aan de geliefde: méér nog dan de verrukking van bloemengeur “in maanlicht-milden middennacht” is het de gedachte aan “die kleine, die ik mijne noeme” die de ik-figuur vervult – zij is “sterrenstraal en bloemenpracht” tegelijk. De dichter stijgt “tot de stille sterren” op in droom en herinnering. De slotregels luiden: “En met ontloken lippen zwijg ik / in mijner minne mijmering.” De klankrijke poëzie van Verwey vond bij Diepenbrock gehoor, zoals blijkt uit een opmerking over twee andere, in 1887 gepubliceerde gedichten: Ik vind die vocalistische sonnetten een van zijn beste, zoo niet zijn beste genre. (BD I:121)

De sonnetvorm van Maanlicht weerspiegelt zich in de compositie doordat Diepenbrock de openingsmelodie van de zangstem ook gebruikt voor het begin van de tweede strofe (m. 10-13). De piano daarentegen gaat over van een melodische beweging in achtsten naar een meer figuratieve in zestienden. In de derde strofe zijn er overwegend secundeschreden in de vocale partij, met uitzondering van de dalende octaafsprong fis2-fis1 op het woord “herinnering” dat daarmee terugverwijst naar “middernacht” (m. 5) en “bloembed” (m. 13). Na een tussenspel van vier maten klinken de laatste twee tekstregels op een variant van de openingsmelodie, waarmee dit een van de weinige liederen met een cirkelvorm is. Opvallend zijn de dalende kleine secundes op het woord “mijmering”, wellicht een verwijzing naar het liefdesmotief in Wagners Tristan und Isolde.

Net als Meinacht (RC 14) heeft Maanlicht tijdens Diepenbrocks leven nooit het podium bereikt en is het pas in 1951 in druk verschenen. Waarom Meinacht in 1905 niet is opgenomen in de uitgavereeks van liederen door A.A. Noske, met daarin vier toonzettingen van Nederlandstalige sonnetten, is niet gedocumenteerd. Een afweging kan zijn geweest dat Willem Kloos zich in De Nieuwe Gids van december 1885 nogal negatief over dit gedicht heeft uitgelaten en Verwey zelf Maanlicht ook niet voor zijn Verzamelde Gedichten van 1889 (uitgebracht door W. Versluys te Amsterdam) heeft geselecteerd.

Robert Spannenberg & Ton Braas



O geur'ger heft zich ied're bloeme
In maanlichtmilden middernacht,
Als ik de zoete bloeme noeme,
Die mij des dages tegenlacht.

En schoon ik sterre en maanlicht roeme,
Dat zoet'lijk slaapt op ‘t bloembed zacht,
De kleine, die ik mijne noeme,
Is sterrenstraal en bloemenpracht.

En tot de blanke bloeme nijg ik,
Of droom en geur ook mij omving;
En tot de stille sterren stijg ik,
En murmel mijn herinnering;
En met ontloken lippen zwijg ik
In mijner minne mijmering.


  • A-6(2)

    • 1
    • 2
    • 3

    copy A-6(2) dated comp 25 Nov 85

    • 1885-11-25 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 3

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 6

    cd Et'cetera KTC 1435 CD6
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Ameling, Elly ♦ Meer, Richte van der ♦ Baldwin, Dalton

    Tracks: 1 = RC 79; 2 = RC 68; 3 = RC 117; 4 = 97; 5 = RC 132; 6 = RC 104; 7 = RC 111; 8 = RC 43; 9 = RC 99; 10 = RC 138; 11 = RC 137; 12 = RC 4; 13 = RC 15; 14 = RC 14; 15 = RC 13; 16 = RC 51

  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

    1951 Reeser, Eduard