english | nederlands

RC 24 Jesu dulcis memoria

text source

Liber usualis, 452-453

first performance

1890-04-13 00:00:00.0 Amsterdam, Mozes en Aäronkerk

recordings

  • Memorare KRO 94009

publications

  • Diepenbrock Album B/M Vol. II
  • Diepenbrock Album T/S Vol. II
  • Jesu dulcis memoria voor baryton en orgel Noske, A.A. 7286308

  • Jesu dulcis memoria
  • Clairvaux, Bernardus van (Bernard of Clairvaux)
  • bariton en orgel of piano
  • 1889-01-01 00:00:00.0 - 1889-12-31 00:00:00.0 | revised 1896-02-01 00:00:00.0 - 1896-02-28 00:00:00.0
  • duration ca. 5:00

Jesu dulcis memoria is het tweede werk dat Diepenbrock, geïnspireerd door het lezen van Emile Zola’s La faute de l’abbé Mouret, componeerde (zie Ave Maria, RC 23). Het gaat hier om de vijf strofen van de hymne van Bernardus van Clairvaux,1 die in de rooms-katholieke kerk zijn voorgeschreven voor de vespers van het Feest van de Allerheiligste Naam van Jezus.2 Opmerkelijk in Diepenbrocks toonzetting is de omwisseling van de derde en vierde strofe, waarvan de precieze reden nergens in zijn brieven is toegelicht maar die te verklaren zou zijn uit een behoefte aan een bepaalde climaxwerking. Diepenbrock zette de tekst syllabisch en benadrukte de vorm van het gedicht door per strofe van toonsoort te wisselen. Tot en met het begin van de vierde strofe met de tekst “Jesu spes paenitentibus”, waar hij de melodie van de openingsregel “Jesu dulcis memoria” laat terugkeren, is het werk meditatief en ingetogen van karakter. Voorafgegaan door een orgelintermezzo van acht maten met een geleidelijk accelerando leidt de vijfde strofe naar een extatisch slot. …more >

Jesu dulcis memoria (incipit)


Jesu dulcis memoria is het tweede werk dat Diepenbrock, geïnspireerd door het lezen van Emile Zola’s La faute de l’abbé Mouret, componeerde (zie Ave Maria, RC 23). Het gaat hier om de vijf strofen van de hymne van Bernardus van Clairvaux,1 die in de rooms-katholieke kerk zijn voorgeschreven voor de vespers van het Feest van de Allerheiligste Naam van Jezus.2 Opmerkelijk in Diepenbrocks toonzetting is de omwisseling van de derde en vierde strofe, waarvan de precieze reden nergens in zijn brieven is toegelicht maar die te verklaren zou zijn uit een behoefte aan een bepaalde climaxwerking. Diepenbrock zette de tekst syllabisch en benadrukte de vorm van het gedicht door per strofe van toonsoort te wisselen. Tot en met het begin van de vierde strofe met de tekst “Jesu spes paenitentibus”, waar hij de melodie van de openingsregel “Jesu dulcis memoria” laat terugkeren, is het werk meditatief en ingetogen van karakter. Voorafgegaan door een orgelintermezzo van acht maten met een geleidelijk accelerando leidt de vijfde strofe naar een extatisch slot.

Al vrij snel na het ontstaan werd Jesu dulcis memoria uitgevoerd door de bariton P. van Erven Dorens, voor wie Diepenbrock het werk geschreven had. Het was tijdens het lof op zondagmiddag 13 april 1890 in de Mozes- en Aäronkerk te Amsterdam. Uit de brief die Diepenbrock negen dagen later aan zijn moeder schreef, blijkt dat hij tevreden was met deze première:

Verleden Zondag […] heb ik ’s middags in de Mozes en Aaron de compositie gehoord die ik voor van Erven gemaakt heb. Verheyen had er eerst wel over geprutteld voordat ik er was, dat het zoo moeilijk was voor het orgel, maar hoe meer hij het speelde hoe beter beviel het hem, en eindelijk had hij de ware registers gevonden. Hij speelde het toen met heele zacht vioolstemmen, zooals de nieuwerwetsche orgels zoo mooi hebben. Het was net ruischen van de regen op een Meiavond en van Ervens stem klonk daar heerlijk klaar en puur tusschen door. Zij waren er allebei erg mee ingenomen. Maar ik had het meeste plezier dat dat ding, waar ik een half jaar aan gewerkt had, toch eindelijk zoo was geworden als ik gewild had of eigenlijk nog beter. (BD I:214-215)

Herziening

In februari 1896 herzag Diepenbrock het werk: de orgelpartij werd vervangen door een pianobegeleiding. Diepenbrock vervaardigde hiervoor een nieuw manuscript, A-41(2). De oorspronkelijke autograaf met orgelbegeleiding (hoogstwaarschijnlijk ten geschenke gegeven aan P. van Erven Dorens) is verloren gegaan. Een orgelversie – mogelijk een bewerking van het manuscript A-41(2) – is vastgelegd in semi-autograaf A-80(9), die uit het bezit komt van Gerard Zalsman. Hij heeft het geestelijke lied meermaals uitgevoerd, o.a. op 19 november 1907 met organist Willem Petri (1865-1950) in de Pieterskerk te Utrecht. De nauwgezette notatie van de orgelregistratie en de vele aantekeningen betreffende tempo en dynamiek (waarvan sommige in Diepenbrocks handschrift) in dit manuscript maken het tot een waardevol document inzake de uitvoeringspraktijk van die tijd.

Tijdens Diepenbrocks leven is Jesu dulcis memoria niet in druk verschenen. Dat het werk uit Noskes selectie is verdwenen voor zijn uitgavereeks van 1905, zal dezelfde reden hebben gehad als gold voor het Ave Maria (RC 23).

Robert Spannenberg

1 cf. Heinrich Lausberg Der Hymnus ‘Jesu dulcis memoria = Hymnologische und hagiographische Studien Vol. 1 (Munich: Hueber 1967).

2 Raccolta di orazioni e pie opere, per le quali sono state concesse dai Sommi Pontefici le SS. Indulgenze (Rome: Perego-Salvioni 1855).

 



Jezus, zoete gedachtenis,
Die ’t harte ware vreugden geeft;
Maar boven honig en het al
Zijn zoete tegenwoordigheid.

Niets lieflijkers gezongen wordt,
Niets aangenamers wordt gehoord,
Niets zoeters ooit wordt stil bepeinsd,
Dan Jezus, ’s Vaders Een’ge Zoon.

Geen tong te zeggen het vermag,
Geen letter het beschrijven zal,
Ervaring slechts ’t geloven kan,
Wat Jezus te beminnen is.

Jezus, Gij, der boetvaard’gen hoop,
Hoe liefd’rijk wien verlangen U!
Hoe goed voor al wie zoeken U!
Maar wat voor hen, die vinden U?

Wees Gij, o Jezus, onze vreugd,
Die eenmaal wezen zult ons loon;
In U ook onze glorie zij
Altijd door alle eeuwen heen.
Jesu, dulcis memoria,
Dans vera cordis gaudia;
Sed super mel et omnia,
Ejus dulcis praesentia.

Nil canitur suavius,
Nil auditur jucundius,
Nil cogitatur dulcius,
Quam Jesus, Dei Filius.

Non lingua valet dicere,
Nec littera exprimere:
Expertus potest credere,
Quid sit Jesum diligere.

Jesu, spes paenitentibus,
Quam pius es petentibus!
Quam bonus te quaerentibus!
Sed quid invenientibus?

Sis, Jesu, nostrum gaudium,
Qui es futurus praemium
Sit nostra in te gloria,
Per cuncta semper saecula.
Jesus, the very thought of Thee,
With sweetness fills my breast;
But sweeter far Thy Face to see
And in Thy presence rest.

Nor voice can sing, nor heart can frame,
Nor can the memory find
A sweeter sound than Thy blest Name,
O Saviour of mankind!

My tongue and words cannot express,
Their usefulness is low
But having felt is to believe,
sweet Jesus’ love to know.

O Hope of every contrite heart,
O joy of all the meek,
To those who fall, how kind Thou art,
How good to those who seek.

Jesus, our only joy be Thou,
As Thou our prize wilt be;
O Jesus, be our glory now
And through eternity.

 


  • A-41(2) Jesu dulcis memoria

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6

    A-41(2) in E-flat Major, signed and dated on the first page A Diepenbrock 1889 and on the last page Hertogenbosch Sept 1889 / Amsterdam 1896 Febr. (Oorspronkelijk met Orgelbegeleiding)

    • 1889-01-01 00:00:00.0 – 1896-01-01 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 6
  • A-4(9) Jesu dulcis memoria

    semi-autograph A-4(9) in E-flat Major, dated on the last page Sept 1889, copyist Adam Kolk

    • 1889-09-01 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-80(8) Jesu dulcis memoria

    copy A-80(8) in E-flat Major

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-80(9) Jesu dulcis memoria

    semi-autograph A-80(9) in D Major, signed and dated on the last page A D gecomponeerd 1888 [sic], copyist F. du Pré, owned by Gerard Zalsman

    • 1888-01-01 00:00:00.0 – 1888-12-31 00:00:00.0
    • location: Gerard Zalsman
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Memorare

    cd KRO 94009
    Versteeg, Marc ♦ Bartelink, Bernard ♦ Brummelstroete, Wilke te ♦ Overpelt, Robbert ♦ Vocaal Ensemble Markant

    Tracks:

  • Diepenbrock Album B/M Vol. II

    1955 Reeser, Eduard
  • Diepenbrock Album T/S Vol. II

    1960 Reeser, Eduard
  • Jesu dulcis memoria voor baryton en orgel

    1923 Noske, A.A.

27 nov 1904: Uitvoering van Jesu dulcis memoria in de Luthersche Kerk te Leiden door Gerard Zalsman met orgelbegeleiding van Cornelis de Wolf, tijdens een kerkconcert van de afd. Leiden der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst.

Zalsman overtrof zich-zelven in een aria van Bach, den Hymnus (woorden van Hugo Salus; waarom dit niet op het programma vermeld?) van Smulders, en een diepzinnig (naar ik vermoed niet gepubliceerd) Jesu dulcis memoria van Diepenbrock. Ik herinner mij niet hem ooit zoo goed gehoord te hebben.

Weekblad voor Muziek (C.A.C), 10 december 1904

pdf All reviews for RC 24 Jesu dulcis memoria