english | nederlands

RC 41 Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen

text source

Karel Alberdingk Thijm, Sonnet, in: De Nieuwe Gids Vol. I (Amsterdam: Versluys 1885), 310

first performance

1898-04-30 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw

dedicatees

recordings

  • Songs 3 NM Classics

publications

  • Diepenbrock Album B/M Vol. I
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I
  • Vier Sonetten Noske, A.A. 10201030

  • Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen
  • Deyssel, Lodewijk van
  • soprano or tenor and piano
  • 1898-02-13 00:00:00.0 - 1898-02-17 00:00:00.0
  • duration ca. 4:00

As a child Diepenbrock regularly visited the home of the Alberdingk Thijm family. The literary scholar J.A. Alberdingk Thijm was a cousin of his mother. His youngest son Karel wrote under the pseudonym Lodewijk van Deyssel. …more >

Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (incipit)


As a child Diepenbrock regularly visited the home of the Alberdingk Thijm family. The literary scholar J.A. Alberdingk Thijm was a cousin of his mother. His youngest son Karel wrote under the pseudonym Lodewijk van Deyssel.

Van Deyssel’s sonnet Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (I Am No Longer Alone in Solitude), one of his few poems, was published in 1885 in the second edition of the Dutch literary periodical De Nieuwe Gids. It made such a great and lasting impression on Diepenbrock that in 1898, fourteen years later, he set it to music. He told Charles Smulders in a letter: This has just struck me so in the Sonnet of v Deyssel, that it is true. […] I have never forgotten it because, as you say, it imprints itself on one’s memory. (BD III:32)

Within Diepenbrock’s oeuvre this composition is unique in character: while the basic tempo of most of his songs is calm, this is the only work in Allegro molto combined with the direction heftig (vehement). The staccato chord repetitions in fast quaver triplets, which pound on for almost three quarters of the total number of measures, evoke a feeling of nervous excitement. The work was composed in a single day (13 February). Four days later (17 February) it was given a somewhat longer finale in which the tension is reduced more gradually.

In programme notes Diepenbrock said about the setup of the song that it is constructed from two motives. The second appears in the second quatrain and depicts the appearance of the beloved in the distance. The first initially only occurs in the introduction and the short interludes, until in the third line of the first tercet the voice takes up the motive in f minor, the melody in the bass depicting the moaning of the wind. The vehement triplet motive from the beginning gradually gets softer until, in the epilogue, it fades away pp in the low register. (BD V:703) Diepenbrock dedicated this song to Charles Smulders, the first professional musician to show an interest in Diepenbrock’s works at a time he felt isolated as a composer. In the printed edition of 1905, for soprano or tenor and piano, a German translation by F. du Pré (trombonist in the Concertgebouw Orchestra and music copyist), which was authorised by Diepenbrock, has been placed underneath the Dutch text of the vocal part. The work was orchestrated in 1906 (see RC 73).

Robert Spannenberg



Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen,
Want waar mijn blikken langs de wanden dwalen,
Schemert uw lach daarheen, ontelbre malen
Hoor ik in ’t klokgetik uw voeten treen.

En langzaam nadert gij zoo ver zoo kleen.
‘K zie dat een breede neevlenkring met valen
Lichtloozen sluier u omhult, dan dalen
Zachtkens uw lichte schreden naar mij heen.

Uw adem vaart mij aan, gij zijt verschenen,
Ik zie uw oogen in mijn oogen gaan.
‘K hoor den wind, die langs de ruiten henen

En door de schouwe klaagt, uw woorden aan,
Zoo vrees’lijk droef en teer, dat ‘k u zie staan
Met bukkend hoofd om in mijn arm te weenen.


 

 

Alone I sit, and yet I’m not alone,
For where my glances trace along the rafter
I glimpse the countless shadows of your laughter;
The ticking clock, your footsteps coming home.

And slowly you approach, so far, so slight.
I see a misty curtain rising from the fen,
A lightless veil enwraps you round, and then
So softly come your steps toward me, so light.

Your breath propels me onward, you appear,
I see your eyes descending into mine.
Your voice in windows’ wind I hear,

And sighing down the chimney is your sign.
So melancholy that I see you stand
With drooping head, and weeping on my hand.

(transl. Ruth van Baak Griffioen)
 

 


  • A-94(1) No. 1 of Twee liederen voor eene Sopraanstem met Klavierbegeleiding

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6

    A-94(1) = No. 1 of Twee liederen voor eene Sopraanstem met Klavierbegeleiding 1. Sonnet van J K Alberdingk Thym 2. Ecoutez la chanson bien douce Paul Verlaine Alph. Diepenbrock Amsterdam 1898, with dedication on the title page Pour mon cher ami Charles Smulders 24 Mars 1898 and dated on the last page of this work comp. 13 Febr 98 Alph Diepenbrock 17 Febr 98

    • 1898-03-24 00:00:00.0
    • dedication: Pour mon cher ami Charles Smulders
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 6
  • A-35(1) Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen

    semi-autograph A-35(1)

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-4(5) Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen

    semi-autograph A-4(5) dated on the last page 13 Febr 1898

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Songs 3

    cd NM Classics
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa

    Tracks:

  • Diepenbrock Album B/M Vol. I

    1952 Reeser, Eduard
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

    1951 Reeser, Eduard
  • Vier Sonetten

    1905 Noske, A.A.

30 apr 1898: Eerste uitvoering van Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (RC 41), Écoutez la chanson bien douce (RC 40), Die Liebende schreibt (RC 20), Hinüber wall' ich (RC 37), Lied der Spinnerin (RC 42), Ave Maria (RC 23) en Canticum “O Jesu ego amo te” (RC 29) door Aaltje Noordewier-Reddingius met begeleiding van Anton Tierie tijdens een soiree in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam, waarbij Josephine Royaards-Spoor gedichten van Willem Kloos, H.J. Boeken, Bredero en Vondel voordraagt.

Over de beteekenis van de dichtwerken mag ik, als musicus, het zwijgen bewaren; trouwens er kwamen onder de voorgedragen geen voor over wier meer of minder sympathiewekkende eigenschappen men niet reeds een geruimen tijd een gevoelen heeft hooren uitspreken. Men mag daarom m.i. gerust het zwaartepunt van dezen avond zoeken in het muzikale gedeelte. De compositiën van Diepenbrock toch zijn zoo goed als geheel en al onbekend. Wel is de mis voor mannenstemmen en orgel in druk verschenen, wel zijn de Reijen voor v. d. Vondel's Gysbrecht van Aemstel Woensdag ll. uitgevoerd, wel werd ook het Stabat mater ten gehoore gebracht, maar zelfs deze werken zijn daardoor nog niet als bekend te beschouwen. En van de liederen voor een stem zijn, met uitzondering van een paar uit vroeger tijden, geen in druk verschenen en ook niet in 't openbaar ten gehoore gebracht. Men kan dus zeggen, dat wij in Diepenbrock een nieuwe verschijning mogen begroeten. Maar niet alleen omdat zijne werken nog weinig bekend zijn, moet men Diepenbrock een nieuwe verschijning noemen; neen, ook de wijze, waarop hij der tonen kunst beoefent, mag men als op zichzelf staande beschouwen. Wij hebben dus met een nieuwe verschijning, in den absoluten zin van het woord, te doen.

Het Nieuws van den Dag (Dan. de Lange), 1 mei 1898

pdf All reviews for RC 41 Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen