english | nederlands

RC 26* Het daghet uyt den Oosten

unfinished work

text source

F.A. Snellaert, Oude en nieuwe liedjes (The Hague: Nijhoff 1864), 60-61
  • Het daghet uyt den Oosten (Het daghet uyt den Oosten)
  • Anonymus
  • 1890-01-01 00:00:00.0 - 1890-12-31 00:00:00.0

Nergens in zijn correspondentie brengt Diepenbrock zijn schets van Het daghet uyt den Oosten ter sprake. Daar het manuscript bovendien ongedateerd is, is het gissen wanneer en om welke reden hij aan deze compositie begonnen is, zonder haar te voltooien. …more >

Het Daghet uyt den Oosten (incipit)


Nergens in zijn correspondentie brengt Diepenbrock zijn schets van Het daghet uyt den Oosten ter sprake. Daar het manuscript bovendien ongedateerd is, is het gissen wanneer en om welke reden hij aan deze compositie begonnen is, zonder haar te voltooien.

Reeser dateerde Het daghet uyt den Oosten rond 1890. Dat heeft te maken met het feit dat Diepenbrocks handschrift en componeertrant overeenkomen met andere manuscripten en werken uit deze periode. Het daghet uyt den Oosten vertoont narratieve overeenkomsten met Heines ballade Es war ein alter König (RC 25). Zo is in beide liederen sprake van ongeluk brengende liefde. Daarom ligt het voor de hand deze werken in de chronologie op elkaar te laten volgen.

Diepenbrocks uitgewerkte schets bevat de complete eerste strofe van het lied, gecomponeerd voor zangstem met pianobegeleiding. Het manuscript, dat uit één blad bestaat, is aan twee zijden beschreven. Op de voorzijde bevat het vier systemen, waarvan het eerste is doorgehaald. In dit systeem deelt de zangstem de bovenste balk met de rechterhand van de pianopartij. Diepenbrock heeft dezelfde muziek onderaan de pagina uitgeschreven op drie balken. Aan het eind van het derde systeem noteerde hij: 2. Koeplet. De achterzijde van het blad bevat een schets en een netversie van de melodie, alsmede een harmonische studie.

In Diepenbrocks melodie zijn de contouren te herkennen van de bekende volkswijs, zoals door Snellaert gepubliceerd (zie text source). Diepenbrock heeft slechts de tijdswaarde van de noten gemanipuleerd en de maatsoort gewijzigd. Later zal hij deze techniek opnieuw toepassen bij de verwerking van de gregoriaanse melodie van het Ave Maris Stella in het symfonisch lied Im grossen Schweigen voor bariton en orkest (RC 67).

Over het algemeen is Diepenbrocks zetting van Het daghet uyt den Oosten traditioneel te noemen, met uitzondering van de hem typerende passages die worden gedomineerd door chromatiek. Het harmonisch verschil tussen het begin van de eerste en de tweede strofe suggereert dat Diepenbrock een doorgecomponeerde toonzetting voor ogen had.

Diepenbrock bediende zich vaker van folkloristische teksten voor zijn composities, getuige het XVde eeuwsch Bruyloftslied (RC 10), Den Uil (RC 56) en Christus is opgestanden (RC 57). De schets van Het daghet uyt den Oosten kan worden opgevat als een poging van Diepenbrock om zijn liefde voor de middeleeuwse volkscultuur te voeden en te vieren.

Een kwarteeuw later blijkt de openingsregel van dit lied nog in Diepenbrocks bewustzijn aanwezig. Onder de titel “Het daghet in den Oosten” verscheen in het weekblad De Amsterdammer van 27 september 1914 een artikel van zijn hand, waarin hij fulmineerde tegen de abjecte Duitse propaganda waarmee het in de as leggen van de universiteitsbibliotheek van Leuven en het historische centrum van Dendermonde door het veroveringsleger aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werden vergoelijkt. Diepenbrock verwelkomde de uitspraak van de Duitse politicus Karl Liebknecht dat de plunderingen en verwoestingen niet waren te rechtvaardigen. Het daghet in den Oosten! (VG 272-276).

Robert Spannenberg

 



  • A-43(1)

    A-43(1) undated

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown