english | nederlands

RC 6 Der Fischer (“Das Wasser rauscht’, das Wasser schwoll”)

text source

Goethe’s Gedichte I (Stuttgart: J.G. Cotta 1868), 106-107

dedicatees

recordings

  • Anniversary Edition 5 Et'cetera KTC 1435 CD5

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 10 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 19719128
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I
  • Drie Ballades voor Tenoor met pianobegeleiding, Op. 1 Roothaan, Albert 1481185

  • Der Fischer (“Das Wasser rauscht’, das Wasser schwoll”)
  • Goethe, Johann Wolfgang von
  • tenor en piano
  • 1884-04-01 00:00:00.0 - 1884-04-30 00:00:00.0
  • duration 4:40

In juni 1885 publiceerde de Amsterdamse uitgever Th.J. Roothaan Drie Ballades voor tenor en piano van Alphons Diepenbrock. De componist, student aan de Universiteit van Amsterdam, was 23 jaar oud en dit waren zijn eerste gepubliceerde liederen: Entsagung (RC 3, Ludwig Uhland), ontstaan aan het eind van 1883, Der Fischer van april 1884, en Der Abend kommt gezogen (RC 11, Heinrich Heine), in augustus van dat jaar op muziek gezet. Diepenbrocks opus 1 werd uitvoerig besproken in een cultureel tijdschrift: In ieder opzicht is het den componist gelukt de grondgedachten dezer drie gedichten muzikaal weer te geven. De criticus vindt echter dat Diepenbrock zich niet te veel moet laten beïnvloeden door de muziek van Richard Wagner: …more >

Der Fischer (incipit)


In juni 1885 publiceerde de Amsterdamse uitgever Th.J. Roothaan Drie Ballades voor tenor en piano van Alphons Diepenbrock. De componist, student aan de Universiteit van Amsterdam, was 23 jaar oud en dit waren zijn eerste gepubliceerde liederen: Entsagung (RC 3, Ludwig Uhland), ontstaan aan het eind van 1883, Der Fischer van april 1884, en Der Abend kommt gezogen (RC 11, Heinrich Heine), in augustus van dat jaar op muziek gezet. Diepenbrocks opus 1 werd uitvoerig besproken in een cultureel tijdschrift: In ieder opzicht is het den componist gelukt de grondgedachten dezer drie gedichten muzikaal weer te geven. De criticus vindt echter dat Diepenbrock zich niet te veel moet laten beïnvloeden door de muziek van Richard Wagner:

Er is nu en dan nog teveel onzekers in, de componist schijnt hier en daar nog niet juist te weten waarheen en wat hij wil. Bovendien gaat zijne individualiteit veelal verloren in de vereering, waarvan hij blijk geeft voor den meester van Bayreuth. Ik vertrouw echter, dat bij verder werken de zelfstandigheid des componisten meer op den voorgrond zal komen.1

Der Fischer is opgedragen aan de destijds beroemde Nederlandse tenor Johan Rogmans. Net als Heinrich Heines Der Abend kommt gezogen, een tekst die Diepenbrock een paar maanden later op muziek zou zetten (zie RC 11), is Goethes Der Fischer een zogeheten ‘Wasserfrauen-Gedicht’. De ballade over een visser die ten onder gaat omdat hij de verleiding door een zeemeermin niet kan weerstaan, bood de jonge componist veel gelegenheid tot tekstuitbeelding. In een artikel in Key Notes van 1976 kenschetste Eduard Reeser de melodische frase waarmee de piano dit lied opent als concentrating in a nutshell three characteristics of this composer. They are the leap of an octave, the triplet and the descending melodic line.2 Omdat het openingsmotief in het verloop van de compositie gebruikt wordt om cruciale momenten in de tekst (zoals “Hinauf in Todesglut”) te illustreren, kan gesproken worden van een noodlotsmotief. Hoewel het lied is doorgecomponeerd, is de structuur van het gedicht herkenbaar gebleven dankzij de korte tussenspelen tussen de coupletten. Het tempo – Anfangs ziemlich langsam, später bewegt – dat per segment sneller wordt, voert de spanning op naar de dramatische afloop. De hoofdtempi ondergaan veelvuldig verfijningen met kleine of grotere ritenuti, waarmee Diepenbrocks wens tot een bijna voortdurend rubato naar voren komt.

Désirée Staverman

1 A. Lekman in De Portefeuille (7 november 1885), zie BD V:782-784.

2 Eduard Reeser, ‘Some Melodic Patterns in the Music of Alphons Diepenbrock’, Key Notes 3/1 (1976), 16.

 



Das Wasser rauscht', das Wasser schwoll,
Ein Fischer saß daran,
Sah nach dem Angel ruhevoll,
Kühl bis ans Herz hinan.
Und wie er sitzt und wie er lauscht,
Teilt sich die Flut empor;
Aus dem bewegten Wasser rauscht
Ein feuchtes Weib hervor.

Sie sang zu ihm, sie sprach zu ihm:
"Was lockst du meine Brut
Mit Menschenwitz und Menschenlist
Hinauf in Todesglut?
Ach wüßtest du, wie's Fischlein ist
So wohlig auf dem Grund,
Du stiegst herunter, wie du bist,
Und würdest erst gesund!

Labt sich die liebe Sonne nicht,
Der Mond sich nicht im Meer?
Kehrt wellenatmend ihr Gesicht
Nicht doppelt schöner her?
Lockt dich der tiefe Himmel nicht,
Das feuchtverklärte Blau?
Lockt dich dein eigen Angesicht
Nicht her in ew'gen Tau?"

Ach wüßtest du, wie's Fischlein ist
So wohlig auf dem Grund,
Du stiegst herunter, wie du bist,
Und würdest erst gesund!

Das Wasser rauscht', das Wasser schwoll,
Netzt' ihm den nackten Fuß;
Sein Herz wuchs ihm so sehnsuchtsvoll,
Wie bei der Liebsten Gruß.
Sie sprach zu ihm, sie sang zu ihm;
Da war's um ihn geschehn:
Halb zog sie ihn, halb sank er hin,
Und ward nicht mehr gesehn.


  • SO-2

    autograph lost (see RC 3) ♦ copy of the 1885 edition with alterations by Diepenbrock

    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 5

    cd Et'cetera KTC 1435 CD5
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Kuyken, David

    Tracks: 1 = RC 3; 2 = RC 6; 3 = RC 11; 4 = RC 12; 5 = RC 16; 6 = RC 20; 7 = RC 25; 8 = RC 42; 9 = RC 55; 10 = RC 121; 11 = RC 90; 12 = RC 95; 13 = RC 91

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 10

    1998 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Staverman, Désirée
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

    1951 Reeser, Eduard
  • Drie Ballades voor Tenoor met pianobegeleiding, Op. 1

    1885 Roothaan, Albert