english | nederlands

RC 57 Oud paaschlied uit Twente (“Christus is opgestanden”)

text source

G.H. Weustink, ‘Nog een en ander over het “vlögelen” of “vleugelen” en de Paasfeestviering te Ootmarsum’, De Tijd, 11 April 1902

first performance

1906-04-10 00:00:00.0 Utrecht, St. Peter's Kerk

recordings

  • Anniversary Edition 7 Et'cetera KTC 1435 CD7

publications

  • Christus is opgestanden. Oud Paaschlied uit Twente. Alsbach & Co, G. (Amsterdam) 829801
  • Oud paaschlied uit Twente ‘Christus is opgestanden’ Bank, Annie 11902060
  • Vier Vierstemmige Liederen voor Sopraan, Alt Tenor en Bas Van Looy 21974790

  • Oud paaschlied uit Twente (“Christus is opgestanden”)
  • Anonymus
  • mixed choir a cappella
  • 1902-07-05 00:00:00.0 - 1902-10-18 00:00:00.0
  • duration ca. 8:30

Several versions of the Easter hymn Christus is opgestanden (Christ Has Risen) are in use in Dutch-speaking regions. The most common one, on a fairly dogmatic five-strophe text, was already published in Amsterdam in 1570, and has been included as Hymn 211 in the Liedboek voor de Kerken (Church Hymnal, 1973). Another version with nine strophes and a folkish, narrative character is sung each year at folkloristic Easter rituals in the village of Ootmarsum (in the Twente region in the province of Overijssel). An important difference is that the refrain of the first version is “Kyrieleis” and that of the song from Twente “Alleluja”. The melodies of the two songs, which bear strong resemblances, have been derived from the sequentia for Easter Victimae pascali laudes. …more >

Christus is opgestanden (incipit)


Several versions of the Easter hymn Christus is opgestanden (Christ Has Risen) are in use in Dutch-speaking regions. The most common one, on a fairly dogmatic five-strophe text, was already published in Amsterdam in 1570, and has been included as Hymn 211 in the Liedboek voor de Kerken (Church Hymnal, 1973). Another version with nine strophes and a folkish, narrative character is sung each year at folkloristic Easter rituals in the village of Ootmarsum (in the Twente region in the province of Overijssel). An important difference is that the refrain of the first version is “Kyrieleis” and that of the song from Twente “Alleluja”. The melodies of the two songs, which bear strong resemblances, have been derived from the sequentia for Easter Victimae pascali laudes.

Following an article on the traditional festival in Ootmarsum, the text of the version from Twente was published in the newspaper De Tijd on 11 April 1902. It was this version of the text that Diepenbrock used for his composition. He also based the melody on motives from the sequentia Victimae paschali laudes, as indicated in the subtitle of the printed edition. The nine strophes are through-composed with occasional repeats. The work for four-part choir is almost entirely homophonic; imitation occurs on a small scale in the refrains only. Diepenbrock set the soprano part of the last three “Alleluja” sections to the melody of the Ite missa est, which in the Roman Catholic liturgy concludes the morning mass on Easter Sunday:1

 

http://media.diepenbrock-catalogus.nl/beeldbestanden/RC%2057%20scan%20voor%20montage%20in%20tekst.jpg

 

In Diepenbrock’s correspondence with Hondius van den Broek we read that this composition meant a lot to him and that it was one of the pieces that can cheer me up when I feel bad. (BD IV:60) In a letter to J.C. Hol, Diepenbrock said about Christus is opgestanden and Zij sluimert (She Slumbers, RC 51): Both of these things are alive and have depth. (BD IV:49)

Diepenbrock conceived his Christus is opgestanden for boys’ choir: That is what it has been written for and only then can it reach its full potential. (BD V:330) However, he never heard the composition sung by boys.

The work was popular and its publication by S.L. van Looy in Vier Vierstemmige Liederen (Four Four-Part Songs, 1906) received positive reviews. It was also performed by Hubert Cuypers and the St Alphonsus Choir at the 12th general meeting of the Dutch St Gregory’s Society on 28 September 1910. After attending a later performance by the Cuypers a Cappella Choir on 2 June 1912, Matthijs Vermeulen called the depiction in this choir song memorably characteristic and powerful. His conclusion runs:

An entire article could be written on the thoroughly medieval interpretation and musical portrayal of the ancient text; in other words, concerning its psyche and expression. (BD VII:603)

Robert Spannenberg

1 According to the Ordinarium Missae this is the usual formula (secundum communiorem usum) for principal high feasts; see the Graduale Romanum (Paris: Desclée et Socii 1961), 11 or the Liber usualis (Paris 1958), 22.

 



Christus is opgestanden,
Al van der Joden haer handen,
So willen wij allegaer vroolijk sijn,
Christus sal onse Verlosser sijn.
Alleluja!

Was Christus niet verresen,
Al met sijn goddelijk wezen,
Wij waren gebleven in grooten nood,
Wij moesten al sterven de eeuwige dood.
Alleluja!

Christus die voer ter hellen,
Om ’t daer in vrede te stellen.
Die in de duisternisse lagen zoo zeer bezwaert:
God heeft ze met sijn eeuwige licht verklaert.
Alleluja!

Op, Princen, gij helsche soorten,
Doet open uw muren en poorten!
Uwen roof die wert U onthaelt:
Christus heeft al onze schuld betaelt.
Alleluja!

Christus met grooter eerwaerde,
Sijn lieve moeder hij openbaerde,
Met een lichaem klaerder dan de zonneschijn,
Onsterfelijk Verlosser uijt alle pijn.
Alleluja!

Christus vond ze in weene,
Die suijvere Maria Magdalene.
God heeft haer vertroost in haer verdriet
Als eenen hofman, ’t is alzoo geschiedt.
Alleluja!

Twee discipelen quamen, gaende
Na Emmaus, zij waren verstaende
Christus lijden en onzes Heeren dood:
Als een Pelgrim heeft hem God vertoont.
Alleluja!

Weest Christus lijden indachtig,
Hij is ons Paaschlam waerachtig,
Geoffert aen den Kruijce voor ons misdaet:
Dat deden die Joden haer valschen raet.
Alleluja!

Verblijd U, gij Christenen algemeijne,
Met Maria die suijvere fonteijne;
De koopmanschap die Judas heeft gedaen,
Die is ons alle zoo wel vergaen.
Alleluja!


  • A-48(5) Oud paaschlied uit Twente ‘Christus is opgestanden’

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14

    semi-autograph A-48(5) dated 5.VII – 18.X. 1902 ♦ copy A-90(2) dated 5.VII – 18.X. 1902

     

    • 1902-07-05 00:00:00.0 – 1902-10-18 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 14
  • A-90(2) Oud paaschlied uit Twente ‘Christus is opgestanden’

    copy A-90(2) dated 5.VII – 18.X. 1902

    • 1902-07-05 00:00:00.0 – 2902-10-18 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 7

    cd Et'cetera KTC 1435 CD7
    Nederlands Kamerkoor ♦ Stok, Klaas ♦ Gronostay, Uwe ♦ Vocaal Ensemble Markant ♦ Haenchen, Hartmut ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Antunes, Celso ♦ Quink Vocaal Ensemble

    Tracks: #1 = RC 7; #2 = RC 36; #3 = RC 85; #4 = RC 86; #5 = RC 87; #6 = RC 38; #7 = RC 56; #8 = RC 63; #9 = RC 28; #10 = RC 5; #11 = RC 34; #12 = RC 35; #13 = RC 119; #14 = RC 57

  • Christus is opgestanden. Oud Paaschlied uit Twente.

    1931 Alsbach & Co, G. (Amsterdam)
  • Oud paaschlied uit Twente ‘Christus is opgestanden’

    1984 Bank, Annie
  • Vier Vierstemmige Liederen voor Sopraan, Alt Tenor en Bas

    1906 Van Looy

10 apr 1906 Eerste uitvoering van Oud paaschlied uit Twente in de Pieterskerk te Utrecht door het Utrechtsch Palestrinakoor onder leiding van Hubert Cuypers.

Het Strophen-lied van Diepenbrock is een eenvoudige, mooie compositie; het refrein “Alleluja”, met eenige stijging naar mate het slot nadert, is van grote werking. De text is van een soort naieveteit, waarvoor het velen wel moeilijk zal zijn iets te gevoelen.

Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad (H.N. [= Hugo Nolthenius]), 11 april 1906

 

13 sept 1906 Bij de uitgever S.L. van Looy te Amsterdam verschijnen in druk Vier Vierstemmige Liederen waarin Den uil (RC 56), Vijftiende-eeuwsch bruyloftslied (RC 10), Oud paaschlied uit Twente (RC 57) en Rey van burchtsaeten (RC 28) zijn samen gebracht.

In de eerste plaats worde vermeld de breede, royaal gedrukte, typograpisch keurig uitgevoerde bundel Vierstemmige Liederen van Alphons Diepenbrock, door den heer S.L. van Looy uitgegeven. Een bundel, die vier liederen bevat, voor sopraan, alt, tenor en bas gecomponeerd. Een er van, de Rey van burchtsaeten, is een overdruk uit de Gijsbrecht-muziek, die bij Bohn te Haarlem het licht zag. Doch men zal deze Rey “Waar werd oprechter trouw”, die misschien reeds in wijder kring bekend en bewonderd is geworden dan de drie andere zangen, gaarne met deze bijeen zien. Met de Rey zijn nu door deze uitgaaf openbaar gemaakt: het geestig Oud-Vlaamsche volkslied Den uil die op den peerboom zat. Verder het Oud paaschlied uit Twente “Christus is opgestanden, al van der Joden haer handen”, dat op motieven der Paasch-sequens Victimae Paschali is geschreven: een der bewijzen, zooals J.C. Hol opmerkte, dat Diepenbrock als katholiek kunstenaar dichter bij de schatkamer der pure melodie, de Roomsche koraal-zangen, staat dan menig ander. En dan nog het Vijftiende-eeuwsch bruyloftslied, waarvan de aanvangsmelodie reeds door haar positieve afgerondheid – weer een citaat uit Hol's studie over Diepenbrock – in het Hollandsch gemoed een bijzonder bevredigende ontroering te weeg brengt.

Algemeen Handelsblad (S.Z. [= W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 4 december 1906

pdf All reviews for RC 57 Oud paaschlied uit Twente (“Christus is opgestanden”)