english | nederlands

RC 66 Hymne voor viool en orkest

first performance

1906-09-08 00:00:00.0 Scheveningen, Kurhaus

dedicatees

recordings

  • Anniversary Edition 1 Et'cetera KTC 1435 CD1

publications

  • Hymne voor viool en orkest Alsbach & Co, G. (Amsterdam) 31156396

  • Hymne voor viool en orkest
  • viool en orkest
  • 1904-11-07 00:00:00.0 - 1905-01-05 00:00:00.0 | revised 1917-01-01 00:00:00.0 - 1917-12-31 00:00:00.0
  • duration 12:30

Nadat op 6 augustus 1904 Louis Zimmermann ten huize van de componist de Hymne voor viool en piano (RC 44) ten gehore had gebracht (begeleid door Johanna Jongkindt), stelde Diepenbrock hem in het vooruitzicht het stuk te instrumenteren. (BD IV:245) Zo volgde vijf jaar na de bewerking tot Hymne voor orkest (Violini Tutti Soli) waarin alle violen de hoofdrol spelen (zie RC 48) een derde versie voor soloviool en orkest. Hiermee voltooide Diepenbrock in januari 1905 wat hem al spoedig na het ontstaan van het oorspronkelijke stuk voor ogen had gestaan. In oktober van dat jaar verscheen de uitgave voor viool en piano bij A.A. Noske, met een officiële opdracht aan Louis Zimmermann. …more >


Nadat op 6 augustus 1904 Louis Zimmermann ten huize van de componist de Hymne voor viool en piano (RC 44) ten gehore had gebracht (begeleid door Johanna Jongkindt), stelde Diepenbrock hem in het vooruitzicht het stuk te instrumenteren. (BD IV:245) Zo volgde vijf jaar na de bewerking tot Hymne voor orkest (Violini Tutti Soli) waarin alle violen de hoofdrol spelen (zie RC 48) een derde versie voor soloviool en orkest. Hiermee voltooide Diepenbrock in januari 1905 wat hem al spoedig na het ontstaan van het oorspronkelijke stuk voor ogen had gestaan. In oktober van dat jaar verscheen de uitgave voor viool en piano bij A.A. Noske, met een officiële opdracht aan Louis Zimmermann.

De première van de Hymne voor viool en orkest op 8 september 1906 in het Kurhaus te Scheveningen door Annie de Jong en het Berliner Philharmonisches Orchester onder leiding van August Scharrer werd positief ontvangen, al merkten enkele recensenten op dat ze het eerder een symfonisch werk met obligaat-viool vonden dan een concertant stuk. Ook had naar hun mening de solopartij te lijden onder de forse orkestklank waarin zij het onderspit delfde. (BD V:680-682)

Diepenbrock zelf presenteerde de Hymne voor viool en orkest op 14 april 1910 met het Concertgebouworkest en Julius Thornberg als solist. (Het was het abonnementsconcert waarop hij als gastdirigent naast zijn eigen Lied der Spinnerin, Der Abend, Hymne an die Nacht “Gehoben ist der Stein” en de Vioolhymne, ook Mahlers Vierde symfonie had geprogrammeerd.) Na deze uitvoering besloot hij het werk te reviseren. (BD VII:213) Het zou tot begin 1912 duren voor hij hieraan kon beginnen: eerst wachtte Die Nacht (RC 106) op voltooiing en vervolgens schaafde hij gedurende enige maanden aan de partituur van Im grossen Schweigen (RC 67). Op 20 januari 1912 schreef Diepenbrock aan Johanna Jongkindt dat het zijn bedoeling met de Hymne was om die

wat de instrumentatie aangaat op de hoogte van Die Nacht te krijgen en er ook coupures in te maken. Het lijkt veel op een armzalig stumperen, maar het is nu eenmaal niet anders. Het is voor mij de eenige manier om eindelijk al zijn ’t ook maar enkele dingen tot stand te brengen die heelemaal stralend zijn van ziel en innerlijke gloed. Wat ik daarin heb uitgedrukt is dan ook mijn eigendom en mijn leven. (BD VII:312-313)

kritiek en herziening

Op het feestconcert van 12 september 1912 ter gelegenheid van Diepenbrocks vijftigste verjaardag was Louis Zimmermann de solist. De Hymne voor viool en orkest kreeg wisselende kritieken, maar de voordracht door Zimmermann werd door de recensenten algemeen bejubeld. Vermeldenswaard is de karakterisering van het stuk door L. van Gigh in De Telegraaf:

Het is een zang vol hartstocht, overzichtelijk in zijn bewerking van het mooie hoofdthema, en, hoewel als een onverbrekelijk geheel met het orkest gedacht dankbaar voor den solist. Zonder ik enkele te felle koper-uitbarstingen uit, dan is de verhouding tusschen beide prachtig getroffen. Een aantrekkelijk, zuiver-muzikaal werk, dat door Louis Zimmermann buitengewoon gespeeld is. Warm, vol passie klonk zijn toon en we voelden welk een liefde hij-zelf voor dit werk moet hebben. (BD VIII:565)

Dat Diepenbrock nog steeds niet tevreden was met de orkestratie van de Hymne voor viool en orkest blijkt uit het feit dat hij het werk vijf jaar later, van 28 april tot 29 juni 1917, andermaal reviseerde. Op 3 april 1921, twee dagen voor Diepenbrocks overlijden, werd het stuk met de nieuwe instrumentatie uiteindelijk uitgevoerd, door Louis Zimmermann met het Concertgebouworkest onder leiding van J. Richard Heukeroth. Middels zijn vrouw had Diepenbrock aan administrateur H. Freyer laten vragen om niet in het programma te vermelden dat de Hymne opnieuw was geïnstrumenteerd: Hij vindt beter dat het publiek daar buiten blijft. (BD X:340)

Robert Spannenberg



  • A-31 Hymne voor Soloviool met Orchestbegeleiding

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12
    • 13
    • 14
    • 15
    • 16
    • 17
    • 18
    • 19
    • 20
    • 21
    • 22
    • 23
    • 24
    • 25
    • 26
    • 27
    • 28
    • 29
    • 30
    • 31
    • 32
    • 33
    • 34
    • 35
    • 36
    • 37
    • 38
    • 39
    • 40
    • 41
    • 42
    • 43
    • 44
    • 45
    • 46
    • 47

    A-31 with dedication and dated on the title page Aan mijn vriend Louis Zimmermann Hymne voor Soloviool met Orchestbegeleiding gecomponeerd door Alphons Diepenbrock (1898 opnieuw geinstrumenteerd 28 April – 29 Juni 1917) and dated on the last page Laren 29 Juni 1917

    • 1917-04-28 00:00:00.0 – 1917-06-29 00:00:00.0
    • dedication: Aan mijn vriend Louis Zimmermann
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 47
  • A-29 Hymne (Es Dur) voor Vioolsolo met Orchestbegeleiding

    A-29 with dedication on the title page Aan mijn vriend Louïs [sic] Zimmermann Hymne (Es Dur) voor Vioolsolo met Orchestbegeleiding gecomponeerd door Alphons Diepenbrock and dated on the last page 7 Nov 1904 – 13 Jan 1905

    • 1904-11-07 00:00:00.0 – 1905-01-13 00:00:00.0
    • dedication: Aan mijn vriend Louïs [sic] Zimmermann
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-30 Hymne voor viool en orkest

    semi-autograph A-30 dated on the title page (1898) and on the last page geïnstr. 7 November 1901 [sic] 5 Januari 1905

    • 1901-11-07 00:00:00.0 – 1905-01-05 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-32 Hymne voor viool en orkest

    A-32 semi-autograph

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • C-40 Hymne voor viool en orkest

    C-40 dated on the first page zaterdag 28 April 1917 half 10, on further pages 6 Mei, 16 Mei, 23 Mei, Laren 28 Mei 1917, 2 Juni, Laren 15 Juni and on the last page Laren 22 Juni 1917 (9.30)

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

Hymne voor viool en orkest uitgevoerd door Emmy Verhey en het Residentie Orkest o.l.v. Hans Vonk



  • click to enlarge

    Anniversary Edition 1

    cd Et'cetera KTC 1435 CD1
    Concertgebouworkest ♦ Chailly, Riccardo ♦ Verhey, Emmy ♦ Vonk, Hans

    Tracks: 1-5 = RC 101; 6 = RC 140; 7-10 = RC 146; 11 = RC 66

  • Hymne voor viool en orkest

    1951 Alsbach & Co, G. (Amsterdam)

8 sep 1906 Eerste uitvoering van de Hymne voor viool en orkest in het Kurhaus te Scheveningen door Annie de Jong met het Berlijnsch Philharmonisch Orkest onder leiding van August Scharrer.

Een compositie van onzen eminenten landgenoot Alphons Diepenbrock, ingeleid door onze stadgenoote Annie de Jong – dat is wel een gebeurtenis om er een extra-slippertje naar het Kurhaus voor over te hebben. En velen hadden er blijkbaar ook zoo over gedacht, want de Kurzaal was goed bezet, beter dan gisteravond. — Mej. De Jong verdient erkentelijkheid voor deze introductie, want Diepenbrock's Hymne voor viool met orkestbegeleiding is een mooie, diepgevoelde en diepgedachte muzikale uiting, breed van conceptie, machtig van uitwerking. Het ontstaan dateert van 1898, en 't kan slechts verwondering wekken, dat dit werk 8 jaar lang op een uitvoering heeft moeten wachten. De componist zingt gansch zijn innerlijk uit in dezen Hymnus, hij geeft uiting aan een rijk genuanceerd stuk gemoedsleven, nu eens forsch en krachtig, dan weer zacht en teeder. Eén logische gedachtengang verbindt alles echter tot een volkomen “einheitlich” geheel en het zou, dunkt mij, mogelijk zijn, na herhaald hooren, zoodat men dit werk geheel in zich opgenomen heeft, den interessanten psychologischen draad bloot te leggen. Doch juist deze diepe gedachtengang, waarvan de Hymne als uiting mag beschouwd worden, maakt een onmiddellijk spontaan voelen zeer moeilijk en het verlangen naar een herhaling grooter. Laten wij hopen, dat onze violisten aan dat verlangen gehoor zullen geven. Het werk is volkomen voor viool gedacht en zeer dankbaar geschreven. — Voor de soliste of den solist heeft de vertolking ook zijn eigenaardige moeilijkheden. Het in zichzelfgekeerde karakter ervan, het totaal gemis aan uiterlijkheden, waarmede het publiek zoo licht “gepakt” wordt, de noodzakelijkheid, dat de uitvoerende zich met den geest van het werk moet vereenzelvigen, maakt een goede vertolking te moeilijker, naarmate “het” gedachte dieper ligt. Voor een serieuzen artist is dat alles dunkt mij des te aantrekkelijker. Mej. De Jong heeft de volstrekt niet gemakkelijke taak, welke de componist der soliste oplegde, aangedurfd en vervuld op een wijze, waarmee de schepper vrede kan hebben. Zij zal, naar mijn gevoelen, zich in de Hymne nog wel dieper moeten denken, om door haar vertolking de psyche van het werk tot volkomen uiting te brengen en, technisch gesproken, zich moeten toeleggen op een breedere, meer zangrijke toonontwikkeling, om het zuiver muzikale behoorlijk tot zijn recht te laten komen, zoo de hoorder, wanneer hij zich met de intenties van Diepenbrock meer vertrouwd heeft gemaakt, het evenwicht wil gevoelen tusschen productie en reproductie, doch dat zijn détails, die bij een herhaling ter sprake kunnen komen. Eerst wanneer de beoordeelaar het met zichzelf eens is over het werk zelf, kan hij zich van de waarde der vertolking rekenschap geven. — Technisch had mej. De Jong het werk behoorlijk in haar macht; alles klonk zuiver en duidelijk; ook haar streek heeft gewonnen; minder ruw en nobeler dan voorheen. Slechts haar spel op de G-snaar laat aan sonoriteit te wenschen, de tonen klonken soms dun en scherp. Het kan wellicht ook een zwak van het instrument zijn. — Het publiek toonde zich dankbaar; die dank gold, naar ik geloof, in de eerste plaats der soliste. Daarom vraag ik ook met te meer aandrang een uitvoering van het werk in het seizoen, dat thans voor de deur staat. — Mej. De Jong ontving een prachtig bloemstuk met de nationale kleuren.

 

De Nieuwe Courant (H.R. [= Herman Rutters]), 9 september 1906

pdf All reviews for RC 66 Hymne voor viool en orkest