english | nederlands

RC 4 De klare dag

text source

Het Sonnet, Blijspel in drie bedrijven door Frederik van Eeden (The Hague: Rössing 1884), 31-32

first performance

1906-10-22 00:00:00.0 Zwolle

dedicatees

recordings

  • Anniversary Edition 6 Et'cetera KTC 1435 CD6

publications

  • De klare dag Noske, A.A. 7006016
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

  • De klare dag
  • Eeden, Frederik van
  • tenor en piano
  • 1884-01-01 00:00:00.0 - 1884-12-31 00:00:00.0
  • duration 4:50

Toen de muziekuitgever A.A. Noske zich in april 1905 tot Diepenbrock wendde met het voorstel een aantal van zijn liederen uit te geven en hem vroeg om toezending van de manuscripten die de componist daarvoor het meest geschikt achtte, selecteerde Diepenbrock onder andere De klare dag dat een decennium eerder tot stand was gekomen. Vervolgens richtte Diepenbrock zich tot Van Eeden om diens toestemming te vragen de tekst van zijn sonnet te publiceren. Hij deelde in zijn brief tevens mee dat hij zijn compositie enigszins had bijgewerkt. (BD IV:356) Dat hij ook in de tekst wijzigingen had aangebracht, heeft hij Van Eeden niet expliciet duidelijk gemaakt. In een later schrijven gaat Diepenbrock in op zijn toenmalige beweegredenen voor het toonzetten van dit gedicht dat hem bij de opvoering van Van Eedens blijspel Het Sonnet had getroffen als een der eerste gewaarwordingen van een moderne Hollandsche dichtkunst. (BD IV:358) …more >

De klare dag (incipit)


Toen de muziekuitgever A.A. Noske zich in april 1905 tot Diepenbrock wendde met het voorstel een aantal van zijn liederen uit te geven en hem vroeg om toezending van de manuscripten die de componist daarvoor het meest geschikt achtte, selecteerde Diepenbrock onder andere De klare dag dat een decennium eerder tot stand was gekomen. Vervolgens richtte Diepenbrock zich tot Van Eeden om diens toestemming te vragen de tekst van zijn sonnet te publiceren. Hij deelde in zijn brief tevens mee dat hij zijn compositie enigszins had bijgewerkt. (BD IV:356) Dat hij ook in de tekst wijzigingen had aangebracht, heeft hij Van Eeden niet expliciet duidelijk gemaakt. In een later schrijven gaat Diepenbrock in op zijn toenmalige beweegredenen voor het toonzetten van dit gedicht dat hem bij de opvoering van Van Eedens blijspel Het Sonnet had getroffen als een der eerste gewaarwordingen van een moderne Hollandsche dichtkunst. (BD IV:358)

De kwatrijnen van het sonnet schilderen hoe een stralend heldere dag de jagende wolken van een stormachtige nacht heeft verdreven; alom heerst rust en er hangt een “zonnig zwijgen” boven de aarde waar slechts het tikken van regendruppels uit het gebladerte hoorbaar is. In de terzinen bezingt Van Eden de toverachtige werking van Eudia (goede dag) die de stormen van het gemoed heeft gestild. Slechts de tranen van de dichter druppen zachtkens voort.

De vocale partij van Diepenbrocks lied wordt gekenmerkt door een grote expansie met vele sprongen in opwaartse richting, te beginnen met de twee stijgende kwarten bij de openingswoorden. Ook sext en octaaf komen geregeld voor. De pianopartij is orkestraal van karakter.

Na Der Fischer (RC 6), dat eveneens uit 1884 stamt maar reeds het volgende jaar werd gedrukt, is De klare dag het tweede lied dat Diepenbrock heeft opgedragen aan Johan Rogmans (1852-1911), een beroemd oratoriumzanger die ook befaamd was om zijn solo optredens. Gold de opdracht van Der Fischer nog “Herrn J. Rogmans”, ten tijde van het in druk verschijnen van De klare dag (1905) was hun wederzijdse verhouding kennelijk dermate vriendschappelijk geworden dat Diepenbrock in de opdracht Rogmans “mijn vriend” heeft willen noemen.

Eduard Reeser & Ton Braas



De klare dag, die schoon en glansrijk lacht,
Heeft schaamrood ‘t wilde wolkenheir verdreven,
De rust aan ‘t moegeteisterd loof hergeven,
En zonnig zwijgen over d'aard gebracht.

De stilte waart verkwikkelijk door de dreven,
Slechts tusschen vochte blaad'ren drupt het zacht,
Breed straalt des hemels blauw in effen pracht,
Waarlangs de vlokkig donzen wolkjes zweven.

O Eudia! Gezegend tooverwoord!
Dat vredebrengend als gewijde zangen,
Of als Homerisch lied mijn ziel doortrilt,

Gij hebt de stormen in mijn borst gestild!
Met plechtig zwijgen mijn gemoed ontvangen,
En slechts mijn tranen druppen zachtkens voort.


  • MN 554 De klare dag

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6

    autograph in Noske Archive (NMI MN 554), signed and dated A. Diepenbrock (1884), used as Stichvorlage for the printed edition of 1905

    • 1884-01-01 00:00:00.0 – 1884-12-31 00:00:00.0
    • location: Nederlands Muziek Instituut, Noske Archive
    • pages: 6

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 6

    cd Et'cetera KTC 1435 CD6
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Ameling, Elly ♦ Meer, Richte van der ♦ Baldwin, Dalton

    Tracks: 1 = RC 79; 2 = RC 68; 3 = RC 117; 4 = 97; 5 = RC 132; 6 = RC 104; 7 = RC 111; 8 = RC 43; 9 = RC 99; 10 = RC 138; 11 = RC 137; 12 = RC 4; 13 = RC 15; 14 = RC 14; 15 = RC 13; 16 = RC 51

  • De klare dag

    1905 Noske, A.A.
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I

    1952 Reeser, Eduard
  • Diepenbrock Album T/S Vol. I

    1951 Reeser, Eduard

6 okt 1905: De uitgever A.A. Noske te Middelburg laat de volgende werken van Diepenbrock in druk verschijnen: de Hymne voor viool en piano (RC 44) en de liederen De klare dag (RC 4), Avondzang (RC 13), Ik ben in eenzaamheid niet meer alleen (RC 41), Zij sluimert (RC 51), Kann ich im Busen heisse Wünsche trage (RC 55), Die Liebende schreibt (RC 20), Hinüber wall' ich (RC 37), Lied der Spinnerin (RC 42), Es war ein alter König (RC 25), Clair de lune (RC 43), Écoutez la chanson bien douce (RC 40).

Nu we hier nog onder den indruk zijn van de uitvoeringen van Diepenbrock's Te Deum, onder de uitnemende leiding van Verhey, door den componist zelf geprezen, is het oogenblik
uitermate geschikt om melding te maken van de liederen van Diepenbrock, die, dank zij de zorgen van de heer Noske, onlangs het licht zagen. 't Zijn er niet minder dan elf, gecomponeerd tusschen de jaren 1884 en 1902, en daarvan hebben wij er eenige reeds in de concertzaal hooren zingen: hoe gelukkig zijn we nu in het bezit!

— Deze zangen verdienen rustig en bij herhaling beschouwd en gehoord te worden, opdat men ze in hun volle, rijke beteekenis waardeeren zal. Dan ziet men eerst recht goed in, hoe Diepenbrock, naar Hol's zoo juiste opmerking, tot het innerlijk sentiment, tot de latente muziek van het gedicht doordrong en hieraan vasten, muzikalen vorm gaf. Dan begrijpen we dat de componist zelf in zeer nauwe betrekking tot den dichter moet staan, om zoó innig zijn denken en voelen in zang met klavierstem te doen leven. Want zelden of nooit gaf hij muziek bij de woorden van het gedicht, maar altijd deed hij haar leiden door, voortkomen uit, steun en verklaring en verdieping geven aan de melodie der taal.

— Dicht onzer eigen poëeten: Jacques Perk, Van Deyssel, Van Eeden; dicht van Goethe en Heine, Novalis en Brentano; poëzie van Paul Verlaine. [...] De stemming van het sonnet, is die niet tot in bijzonderheden, zonder dat de hoofdgedachte 'n oogenblik uit de ziel van den hoorder gaat, getroffen? Drie sonnetten zijn geschreven voor tenor-stem: De klare dag van Van Eeden, uit Perk's Mathilde: Avondzang en Zij sluimert, en ook zij boeien ons door de uiterst fijne opvatting, de overtuigende declamatie der zangstem met en door de schilderende, typeerende klavierstem heen, ook door de zoo veelzeggende voor- en naspelen. Er moet een artiest aan de piano zitten, die de polyphonie klaar en heerlijk weet te doen spreken, die de kunst van zeer zacht, ingehouden klankenspel en zorgzaam uit te voeren rubato volkomen meester is [...]. Doch we willen nog eens, in de algemeenheid dezer aankondiging blijvend, dat woord “geestdrift” herhalen, en duidelijk zeggen hoe de liederen – gelijk het Te Deum dat nog naklinkt hier in onze stad – bezield zijn door innerlijken gloed, gelijk ze ontstonden uit 'n meesterlijk beheerschen van den muzikalen vorm.

— Dankbaar moeten we zijn dat Diepenbrock's zangen, door deze uitgaaf, nu in hun zeer bijzondere waarde en al hun schoonheid kunnen gekend worden; gekend in steeds zich verwijdende kringen van zingenden die tot zijn melodieën worden aangetrokken; gekend door de velen die in zijn Kunstwerk vonden en zoeken zeer zuivere muzikaal-literaire, literair-muzikale sensaties, – de vreugde van exquis genot.

 

Nieuwe Rotterdamsche Courant ([W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 6 december 1905

 

pdf All reviews for RC 4 De klare dag