english | nederlands

RC 99 Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

text source

Paul Verlaine, Fêtes galantes. Nouvelle édition (Paris: Vanier 1891), 37-38

first performance

1909-11-23 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw

recordings

  • Anniversary Edition 6 Et'cetera KTC 1435 CD6
  • Songs 2 NM Classics

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 4 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 8736580
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I
  • Mandoline (“Les donneurs de sérénades”) De Nieuwe Muziekhandel 805530

  • Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)
  • Verlaine, Paul
  • mezzosopraan en piano
  • 1909-08-05 00:00:00.0 - 1909-08-18 00:00:00.0
  • duration 2:00

De vroegste schets voor Diepenbrocks zetting van Verlaines Mandoline dateert van 7 juni 1909. Op p. 16 van schetsboek C-10 tekent zich, in de toonsoort van D-groot, de contour af van de openingsmelodie van de zangstem, maar nog zonder de kenmerkende octaafsprong en zonder de sierlijke triool op “sérénades”. In de zin “C’est Tircis et c’est Aminte” bovenaan p. 17 is wel reeds de stijgende kwint bepalend. Daar houdt het fragment op. Vele pagina’s verder is te zien hoe Diepenbrock op 5 augustus een tussenstap zette op weg naar de definitieve gestalte van het lied die hij, in de toonsoort van Cis-groot, in netschrift vastlegde aan het eind van hetzelfde schetsboek. Hier schept het markante thema in de pianopartij eenheid in de compositie. In later jaren heeft hij in een drietal fasen de afsluiting van het lied ingekort. …more >

Mandoline (incipit)


De vroegste schets voor Diepenbrocks zetting van Verlaines Mandoline dateert van 7 juni 1909. Op p. 16 van schetsboek C-10 tekent zich, in de toonsoort van D-groot, de contour af van de openingsmelodie van de zangstem, maar nog zonder de kenmerkende octaafsprong en zonder de sierlijke triool op “sérénades”. In de zin “C’est Tircis et c’est Aminte” bovenaan p. 17 is wel reeds de stijgende kwint bepalend. Daar houdt het fragment op. Vele pagina’s verder is te zien hoe Diepenbrock op 5 augustus een tussenstap zette op weg naar de definitieve gestalte van het lied die hij, in de toonsoort van Cis-groot, in netschrift vastlegde aan het eind van hetzelfde schetsboek. Hier schept het markante thema in de pianopartij eenheid in de compositie. In later jaren heeft hij in een drietal fasen de afsluiting van het lied ingekort.

Diepenbrock componeerde Mandoline voor de Franse zangeres Julie Hekking-Cahen, die hij om haar dictie bewonderde. Op 30 juli 1909 speelde hij het voor haar gecomponeerde Puisque l’aube grandit (RC 97) voor, waarna zij het onmiddellijk bijna foutloos van blad zong en beloofde het lied te zullen uitvoeren in een aan hem gewijd programmablokje. (BD VI:130) Dat inspireerde Diepenbrock tot het schrijven van Mandoline dat hij karakteriseerde als een virtuosenstukje. (BD VI:169) Inderdaad vereist het elegante, lichtvoetige lied met zijn octaafsprongen, buitelende trioolfiguren, trillers en snelle toonladderpassages een soepele techniek van de zangeres.

Julie Hekking gaf, begeleid door Evert Cornelis, Mandoline in première op 23 november 1909 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, waar zij ook Puisque l’aube grandit ten doop hield en Écoutez la chanson bien douce (RC 40) uitvoerde, naast liederen van Fauré, Chausson, Duparc, Franck, Debussy, Chabrier en Bruneau.

Het was de Hongaarse mezzosopraan Ilona Durigo (1881-1943) die Mandoline bij een groter publiek bekend en geliefd maakte. Van het liedprogramma met Evert Cornelis waarin zij op 12 februari 1912 de première verzorgde van Diepenbrocks Liebesklage (RC 95) en dat zij behalve in Amsterdam ook in Rotterdam, Utrecht en Den Haag ten gehore bracht, maakten ook Mandoline en Clair de lune (RC 43) deel uit. Recensent W.N.F. Sibmacher Zijnen prees Mandoline als een meesterstukje van muzikale teekening. (BD VII:584)

Ook Berthe Seroen (1882-1957) nam Mandoline op haar repertoire. Toen zij, eveneens begeleid door Evert Cornelis, het lied op 19 februari 1917 presenteerde, was Matthijs Vermeulen er lyrisch over:

Deze Mandoline van Diepenbrock is geestig, teeder, melancholiek en ironisch, gecomponeerd met een maestria van kleur en melodie. (BD IX:550)

Getuige zijn brief aan Seroen van 29 mei 1917 heeft Diepenbrock nog overwogen Mandoline voor haar te instrumenteren, maar daar is het niet van gekomen.

Ton Braas



Les donneurs de sérénades
Et les belles écouteuses
Echangent des propos fades
Sous les ramures chanteuses.

C'est Tircis et c'est Aminte,
Et c'est l'éternel Clitandre,
Et c'est Damis qui pour mainte
Cruelle fait maint vers tendre.

Leurs courtes vestes de soie,
Leurs longues robes à queues,
Leur élégance, leur joie
Et leurs molles ombres bleues

Tourbillonnent dans l'extase
D'une lune rose et grise,
Et la mandoline jase
Parmi les frissons de brise.

 

 


  • B-1(3) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7

    B-1(3) in C Major, dated on the last page 18 Aug 1909

    • 1909-08-18 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 7
  • A-79(1) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    semi-autograph A-79(1) in C Major, dated on the last page 18 Aug 1909

    • 1909-08-18 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-8(4) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    A-8(4) in C Major, dated on the first page Aug 1909 and on the last page Laren 18 Aug 1909

    • 1909-08-18 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • A-81(3) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    semi-autograph A-81(3) in B Major, dated on the first page 18 Juli [sic] 1909 and with dedication A Mad. Julie Hekking

    • 1909-07-18 00:00:00.0
    • dedication: A Mad. Julie Hekking
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-18(5) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    semi-autograph B-18(5) in C Major, dated on the last page Laren 18 Aug 1909 and with dedication on the title page A Madame Julie Hekking Denancy / en souvenir d’une belle journée d’Août 1909 passée à Laren

    • 1909-08-18 00:00:00.0
    • dedication: A Madame Julie Hekking Denancy / en souvenir d’une belle journée d’Août 1909 passée à Laren
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-7(5) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    semi-autograph B-7(5) in C Major, dated on the last page Laren 18 Aug 1909 and with dedication on the title page A Mad. Julie Hekking-Denancy

    • 1909-08-18 00:00:00.0
    • dedication: A Mad. Julie Hekking-Denancy
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • C-10(61-69) Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    C-10(61-69) in C♯ Major, dated on the first page 15 Aug 1909 and on the last page 18 Aug 1909

    • 1909-08-15 00:00:00.0 – 1909-08-18 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • HGM 189/23d Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    semi-autograph HGM 189/23d (NMI, archive Berthe Seroen, Diepenbrock Album)

    • location: Nederlands Muziek Instituut, archive Berthe Seroen
    • pages: unknown
  • Map XI Mandoline (“Les donneurs de sérénades”), vocal part

    vocal part Map XI in C♯ major

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • MH 70d Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    semi-autograph MH 70d in B Major, used as Stichvorlage, now lost

    • location: Sine Loco
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 6

    cd Et'cetera KTC 1435 CD6
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Ameling, Elly ♦ Meer, Richte van der ♦ Baldwin, Dalton

    Tracks: 1 = RC 79; 2 = RC 68; 3 = RC 117; 4 = 97; 5 = RC 132; 6 = RC 104; 7 = RC 111; 8 = RC 43; 9 = RC 99; 10 = RC 138; 11 = RC 137; 12 = RC 4; 13 = RC 15; 14 = RC 14; 15 = RC 13; 16 = RC 51
  • click to enlarge

    Songs 2

    cd NM Classics
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Pfeiler, Christa ♦ Esser, Daniël

    Tracks:

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 4

    1993 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Braas, Ton
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I

    1952 Reeser, Eduard
  • Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)

    1919 De Nieuwe Muziekhandel

19 feb 1917: Diepenbrock woont de uitvoering bij van Mandoline in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam door Berthe Seroen met begeleiding van Evert Cornelis. Gezongen worden verder liederen van Fauré, Gibson, Moussorgsky en Ravel; Cornelis is solist in pianowerken van Franck en Ravel. Mandoline is het laatste nummer voor de pauze.

[...] daar was Verlaine's Mandoline, in de muziek van Diepenbrock. De muziek van Diepenbrock...; hebben wij ooit een meester gehad na Jan Pieterszoon Sweelinck, 250 jaar geleden, die zóó victorieus den toets doorstaat met alle buitenlandsche kunst? die zóó overwinnend nog klinkt na de beste Fransche meesters, deze virtuosen der techniek en der emotie? die onze Nederlandsche persoonlijkheid zóó onaantastbaar, onbedriegelijk, origineel en nationaal handhaaft, direct na het overmatige Fransche geluid? Zouden wij zulk een vertegenwoordigend tijdgenoot langzamerhand niet eens dankbaarder gaan eeren dan met een paar kortstondige uitvoeringen per seizoen? Hebben wij niet het recht om dit te eischen van onze uitvoerenden? — Deze Mandoline van Diepenbrock is geestig, teeder, melancholiek en ironisch, gecomponeerd met een maestria van kleur en melodie, zij is ook zeer moeilijk en heeft de virtuositeit noodig van Berthe Seroen. Als wij haar daarom dus huldigen, zouden wij ook nog de vraag willen stellen, waarom zulk eene voortreffelijke zangeres nog niet optrad in het Concertgebouw en wanneer de abonné's dezer instelling tot het besef zullen komen van de onrechtvaardige eenzijdigheid, waarmee men daar alle kunstenaars weert, die geen Duitschers zijn. Weet Mengelberg zóó slecht, wat er leeft in Amsterdam?

De Telegraaf (Matthijs Vermeulen), 20 februari 1917

pdf All reviews for RC 99 Mandoline (“Les donneurs de sérénades”)