english | nederlands

RC 104 En sourdine (“Calmes dans le demi-jour”)

text source

Paul Verlaine, Fêtes galantes. Nouvelle édition (Paris: Vanier 1891), 53-54

dedicatees

recordings

  • Anniversary Edition 6 Et'cetera KTC 1435 CD6

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 4 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 32226951
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I

  • En sourdine (“Calmes dans le demi-jour”)
  • Verlaine, Paul
  • mezzosopraan en piano
  • 1910-05-21 00:00:00.0 - 1910-05-23 00:00:00.0
  • duration 3:55

En sourdine voor mezzosopraan en piano, op tekst van Paul Verlaine, neemt een uitzonderlijke plaats in Diepenbrocks oeuvre in, omdat hij daarin een bestaand model strikt navolgt, namelijk het gelijknamige lied van Debussy uit 1891. Diepenbrock componeerde En sourdine in drie dagen tijds (21-23 mei 1910) als een verjaardagsgeschenk voor zijn vriendin Johanna Jongkindt. Met deze jonge vrouw, dynamisch en bijzonder muzikaal (zij speelde goed piano en maakte dikwijls afschriften van zijn composities), sprak en correspondeerde hij veel over de invloed die de muziek van Debussy op zijn muzikale denken had, sinds zich een ommekeer had voorgedaan in zijn appreciatie van zijn Franse tijdgenoot. …more >

En sourdine (incipit)


En sourdine voor mezzosopraan en piano, op tekst van Paul Verlaine, neemt een uitzonderlijke plaats in Diepenbrocks oeuvre in, omdat hij daarin een bestaand model strikt navolgt, namelijk het gelijknamige lied van Debussy uit 1891. Diepenbrock componeerde En sourdine in drie dagen tijds (21-23 mei 1910) als een verjaardagsgeschenk voor zijn vriendin Johanna Jongkindt. Met deze jonge vrouw, dynamisch en bijzonder muzikaal (zij speelde goed piano en maakte dikwijls afschriften van zijn composities), sprak en correspondeerde hij veel over de invloed die de muziek van Debussy op zijn muzikale denken had, sinds zich een ommekeer had voorgedaan in zijn appreciatie van zijn Franse tijdgenoot.

In juli 1909 bekende hij Johanna dat hij Debussy’s eerste Fêtes galantes-liederen heel mooi en fijn, hoewel op ’t kantje vond, al voegde hij eraan toe: Lang kan men ’t bij zulke weeke muziek toch niet uithouden.  (BD VI:128) Voor zelfstudie schafte Diepenbrock in januari 1910 de partituur van Pelléas et Mélisande aan, een werk dat tijdens de door hem bijgewoonde opvoering van 1907 in Brussel naast waardering voor een aantal passages vooral afkeer van de melodieloosheid en de monotone orkestklanken bij hem had opgewekt. (BD V:356) Als ‘bewijs’ dat hij Debussy’s stilistische verworvenheden doorgrondde en wist toe te passen, componeerde Diepenbrock En sourdine met gebruikmaking van de voornaamste ingrediënten van Debussy’s lied.

Met het toonzetten van dit gedicht van Verlaine – een evocatieve schets van de gelukzalige genieting van een samen met zijn geliefde in een verstilde, dromerige sensualiteit doorgebrachte middag en een poging tot vasthouden van dat geluk, als bij het vallen van de avond de nachtegaal begint te zingen – gaf Diepenbrock uiting aan zijn gevoelens voor de vrouw met wie hij twee weken later een intieme verhouding begon, toen hij van vrijdag 10 op zaterdag 11 juni bij haar in Zeist logeerde.

Stijlkopie

Van het half-verminderd septiemakkoord eis-gis-b-d waarmee Debussy zijn compositie opent, maakte Diepenbrock door uitbreiding naar de laagte met een cis een dominant-noneakkoord dat in de loop van het stuk vele malen zal terugkeren. De twee bovenste tonen zijn in de pianopartij steunpunten van een melodie, die met haar beperkte omvang en triolenbeweging de lome atmosfeer van het gedicht weergeeft. De zangstem reciteert de eerste tekstregels quasi parlando op de toonhoogten gis en b, begeleid door de drieklank van E-groot waaraan de triolenmelodie afwisselend de grote sext en de kleine en grote septiem toevoegt. (Dit gegeven is voortdurend de harmonische tegenpool van het dominant-noneakkoord op cis.)

Ook daarna is Diepenbrocks vocale partij van dezelfde eenvoud die de melodiek van Debussy kenmerkt. Anders dan de Fransman, die direct al aan het begin met een gesyncopeerde toonherhaling in een relatief hoge ligging een aanduiding geeft van de nachtegaalzang, bewaart Diepenbrock dit gegeven voor de muzikale omlijsting van de laatste strofe. Bij hem klinkt de vogelslag pas na het woord “soir”, aanvankelijk schuchter en bedeesd met vier hoge b-s; na de volgende tekstregel wat explicieter met een opwaarts ‘krul’ eraan toegevoegd; vervolgens (weer een tekstregel verder) langer uitgesponnen, van b2 naar dis3 stijgend met een versnelling door middel van een kwintool; en tenslotte uitmondend in een soort extatisch gekwinkeleer. Diepenbrock sluit af met de ondulerende triolenmelodie in de piano en een V-I cadens op Fis-groot.

Het lied speelt zich geheel af in dynamische schakeringen tussen ppp en p. Bij een crescendo in de opgaande lijn van het poco agitato uit te voeren “Fondons nos âmes, nos coeurs Et nos sens extasiés” (m. 13-14) staat niet aangegeven hoe sterk de zin eindigt, maar het dolce onmiddellijk erna doet vermoeden dat de bedoelde expansie niet groot is en slechts tot een kortstondig mf mag leiden. Deze sterktegraad is de hoogste die in het lied van Debussy voorkomt en duurt daar eveneens slechts een halve maat.

Behalve als liefdeslied – tegen Johanna sprak Diepenbrock van jouw lied van de Rossignol (BD VIII:54) – is En sourdine ook zeker als een muzikaal spel bedoeld. Zozeer was deze stijlkopie, uniek in zijn oeuvre, verbonden aan de intieme communicatie met zijn geliefde dat hij het lied nooit in het openbaar heeft laten zingen; ook niet toen de mezzosopraan Ilona Durigo (1881-1943) van belangstelling blijk gaf. (BD VII:280) Maar dit doet niets af aan de artistieke waarde van het miniatuur, het vijfde en laatste lied dat Diepenbrock op een gedicht van Verlaine voltooide.

Ton Braas



En sourdine

Calmes dans le demi-jour
Que les branches hautes font,
Pénétrons bien notre amour
De ce silence profond.

Fondons nos âmes, nos coeurs
Et nos sens extasiés,
Parmi les vagues langueurs
Des pins et des arbousiers.

Ferme tes yeux à demi,
Croise tes bras sur ton sein,
Et de ton coeur endormi
Chasse à jamais tout dessein.

Laissons-nous persuader
Au souffle berceur et doux
Qui vient à tes pieds rider
Les ondes de gazon roux.

Et quand, solennel, le soir
Des chênes noirs tombera,
Voix de notre désespoir,
Le rossignol chantera.

 

 


  • B-8(1) En sourdine (“Calmes dans le demi-jour”)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9

    B-8(1) with dedication and dated on the last page gecomponeerd voor den 28’ verjaardag van mijne lieve Jo (23 Mei 1910)

    • 1910-05-23 00:00:00.0
    • dedication: gecomponeerd voor den 28’ verjaardag van mijne lieve Jo
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 9
  • A-88 En sourdine (“Calmes dans le demi-jour”)

    copy A-88

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-11(5) En sourdine (“Calmes dans le demi-jour”)

    semi-autograph B-11(5)

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-7(1) En sourdine (“Calmes dans le demi-jour”)

    semi-autograph B-7(1) copied by Johanna Jongkindt and dated on the first page A Diepenbrock 23 Mei 1910

    • 1910-05-23 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • click to enlarge

    Anniversary Edition 6

    cd Et'cetera KTC 1435 CD6
    Alexander, Roberta ♦ Jansen, Rudolf ♦ Nes, Jard van ♦ Holl, Robert ♦ Prégardien, Christoph ♦ Pfeiler, Christa ♦ Doeselaar, Leo van ♦ McFadden, Claron ♦ Ameling, Elly ♦ Meer, Richte van der ♦ Baldwin, Dalton

    Tracks: 1 = RC 79; 2 = RC 68; 3 = RC 117; 4 = 97; 5 = RC 132; 6 = RC 104; 7 = RC 111; 8 = RC 43; 9 = RC 99; 10 = RC 138; 11 = RC 137; 12 = RC 4; 13 = RC 15; 14 = RC 14; 15 = RC 13; 16 = RC 51

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 4

    1993 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Braas, Ton
  • Diepenbrock Album B/M Vol. I

    1952 Reeser, Eduard