english | nederlands

RC 122 Les poilus de l’Argonne (“Ce sont les poilus de l’Argonne”)

text source

Alfred Rameau, Les Poilus de l’Argonne, published in De Telegraaf d.d. 31 May 1915

first performance

1916-01-11 00:00:00.0 Amsterdam, Concertgebouw

dedicatees

publications

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 13 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 13794969
  • Les poilus de l’Argonne (“Ce sont les poilus de l’Argonne”) Diepenbrock, Alphons 13148831

  • Les poilus de l’Argonne (“Ce sont les poilus de l’Argonne”)
  • Rameau, Alfred
  • bariton en piano
  • 1915-06-11 00:00:00.0
  • duration 4:00

De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog namen Diepenbrocks denken zodanig in beslag dat hij lange tijd nauwelijks tot muzikaal-creatieve arbeid in staat was. Alleen Avondschemer voor piano (RC 121) was hem in april 1915 uit de pen gevloeid. Een impuls tot componeren leverde het gedicht Les poilus de l’Argonne dat gepubliceerd werd in De Telegraaf van 31 mei 1915. De auteur was Alfred Rameau, een Franse infanterist die gelegerd was in de Argonne-streek, het zuidelijk deel van de Franse Ardennen, waar de frontlinie, die gedurende vier jaar nauwelijks zou verschuiven, dwars doorheen liep. Hij was een van de poilus, de soldaten in de loopgraven, die een hard bestaan met elkaar deelden. Zijn gedicht is een strijdlied van krijgsvolk dat zich trots op de borst slaat: …more >

Les Poilus (incipit)


De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog namen Diepenbrocks denken zodanig in beslag dat hij lange tijd nauwelijks tot muzikaal-creatieve arbeid in staat was. Alleen Avondschemer voor piano (RC 121) was hem in april 1915 uit de pen gevloeid. Een impuls tot componeren leverde het gedicht Les poilus de l’Argonne dat gepubliceerd werd in De Telegraaf van 31 mei 1915. De auteur was Alfred Rameau, een Franse infanterist die gelegerd was in de Argonne-streek, het zuidelijk deel van de Franse Ardennen, waar de frontlinie, die gedurende vier jaar nauwelijks zou verschuiven, dwars doorheen liep. Hij was een van de poilus, de soldaten in de loopgraven, die een hard bestaan met elkaar deelden. Zijn gedicht is een strijdlied van krijgsvolk dat zich trots op de borst slaat:

Hier zijn de poilus van de Argonne –
met een pijp in de mond en felle ogen komen ze van het slagveld, broodmager, in luizige lompen gehuld, met een glimlach op hun ongeschoren tronies;
hun oude harten zijn dronken van overwinning en alleen hun geweren doen hun blik verzachten.

Hier zijn de poilus van de Argonne –
met wakkere ogen gaan ze het gevaar in, omringd door mitrailleurvuur. “Wij gaan die zware klus klaren, we hebben er zin in!”

Hier zijn de poilus van de Argonne –
onder kanongebulder hakken ze de Teutoonse hordes in de pan; vóór het vuur rennen ze uit om de Duitse wolvin en haar welpen uit hun holen te verjagen.
Hier zijn de soldaten van de Argonne, mannen die voor u gaan sterven!

Diepenbrock voorzag het gedicht van een bravoure-melodie met telkens aanpassingen aan de tournures in de tekst, zodat het een doorgecomponeerd lied is geworden. De openingsmaten in de piano imiteren de signalen van trompetten te velde. De begeleidingsfiguur wordt voortgezet in de rechterhand, terwijl de baslijn zich hier en daar ontwikkelt tot een zelfstandig contrapunt tegen de melodie van de zangstem. Een van de eersten die het lied bij Diepenbrock thuis te horen kregen was Cato Loman, die vóór zij blind werd altzangeres was geweest. Uit zijn mond tekende zij in haar dagboek op: De idee, uitgedrukt in het laatste couplet: Fransche vechters, bevrijders van ons allen, had hem gepakt. (BD VIII:479)

Verspreiding op grote schaal

Kort na voltooiing besloot Diepenbrock het lied op eigen kosten te laten drukken teneinde het op grote schaal te kunnen verspreiden. De uitgave liet hij voorzien van de opdracht “à Gérard Hekking, soldat de l’armée française”. De Franse cellist, sinds 1904 aan de eerste lessenaar in het Concertgebouworkest, was in augustus 1914 onder de wapenen geroepen. Van zijn lotgevallen werden de Diepenbrocks op de hoogte gehouden door Hekkings vrouw Julie, die in Parijs verbleef. Ook bereikte hen nieuws via de zuster van Elisabeth, Cécile Frenkel-de Jong van Beek en Donk (1866-1944). In januari 1915 schreef zij over het verschrikkelijke leven in de loopgraven in het Argonner woud, waar ook Hekking was gelegerd en waar hij onlangs drie dagen en nachten aaneengesloten in een schuttersputje had moeten waken zonder zich te bewegen, met de voeten in de modder en met de Duitsers op luttele afstand – een helsche marteling. (BD VIII:427)

Uit Diepenbrocks correspondentie blijkt dat hij, zodra zijn lied gedrukt was, via relaties als dirigent Richard Heuckeroth geschikte zangers poogde te bereiken; ook stuurde hij aanstonds 20 exemplaren naar adressen in Frankrijk. Op 25 juli nam hij het stuk door met Gerard Zalsman, die vervolgens de vrees uitsprak dat men het niet in Nederland zou kunnen uitvoeren zonder met de politie in aanraking te komen. Dat was niet denkbeeldig aangezien de overheid iedere geschreven of verbale uiting die de Nederlandse neutraliteit dreigde te schenden, officieel had verboden.

Eind juli ontving Diepenbrock een bedankbrief van Alfred Rameau die hij een aantal presentexemplaren had gestuurd. De auteur van het gedicht was vol lof over de compositie: Je suis très content de la musique qui est très simple et bien dans la note. Het lied was al op het repertoire van het regiment geplaatst en zou vertolkt worden door een beroepszanger met een schitterende stem. Rameau dankte Diepenbrock voor zijn goede wensen en voegde eraan toe: le courage ne manque pas, non plus que la foi dans le succès final et la victoire inévitable (aan moed ontbreekt het niet, evenmin als aan geloof in het uiteindelijke succes en de onvermijdelijke overwinning). (BD VIII:495-496)

Uitvoering door Franse militaire kapel en in het Trocadéro

Een paar weken later berichtte Rameau dat de dirigent van de militaire kapel Diepenbrocks lied had georkestreerd en dat het tijdens een concert in een rustpauze van de troepen was uitgevoerd, met groot succes. Ongetwijfeld, verwachtte de dichter-soldaat, zou hun gezamenlijke werk binnenkort in Parijs te horen zijn. (BD VIII: 503) Diepenbrock bleef in contact met Rameau, die in november 1915 zwaar gewond raakte en na zijn herstel op grotere afstand van het front werd gestationeerd. Daar was hij in de gelegenheid concerten te organiseren, waarvoor hij een koor van 20 mannen wist op te trommelen om Les poilus de l’Argonne mee te zingen. (BD IX:145)

Om het stuk in Nederland op het podium te krijgen legde Diepenbrock het werk voor aan chansonnier Jean-Louis Pisuisse (1880-1927) en aan Carel Butter (1881-1937), een gevierd operazanger. Pisuisse en zijn vaste pianist Jan Hemsing brachten Les poilus de l’Argonne in première tijdens een cabaretprogramma op 11 januari 1916 in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw en namen het mee op hun tournee door het land. Diepenbrock vond het lied grandioos gezongen. (BD IX:39)

Een maand later waren er al 500 exemplaren van het lied in omloop, waarvan vele in Frankrijk, en was een tweede oplage (200 exemplaren) noodzakelijk. Uit Parijs deden Cécile en Michel Frenkel in maart verslag van de bijval die Diepenbrocks lied kreeg van een uitvoering door bariton Jan Reder op een soiree in het Trocadéro. (BD IX:79)

In januari 1917 zocht Diepenbrock, op advies van de pianist Alfred Cortot (1877-1962) die gedurende de Eerste Wereldoorlog werkzaam was op het ministerie van Onderwijs en Schone Kunsten, contact met uitgeverij Rouart, Lerolle & Cie om een Franse editie van het lied te bewerkstelligen. De platenmaatschappij Société Pathé Frères kwam in april 1917 met het verzoek om de mechanische productie toe te staan van Les poilus en Diepenbrocks andere oorlogsliederen Belges, debout! (RC 131) en Le vin de la Revanche (RC 135).

Ton Braas



Ce sont les poilus de l'Argonne,
La pipe au bec, les yeux fous,
Et dont l'allure vous étonne!
Ils viennent d’où l’on se tamponne:
Ce sont les poilus de l'Argonne,
Tous plus maigres que des coucous,
Sous leurs haillons couverts de poux
Et souriants sous leurs poils roux:
Ce sont les poilus de l'Argonne,
La bouffarde au bec, les yeux fous!

Ce sont les poilus de l'Argonne,
Renfrognés comme des hiboux!
Mais, au fond leur âme chantonne
Avec le cuivre qui claironne:
Ce sont les poilus de l'Argonne,
De gloire leurs vieux coeurs sont saouls!
Leurs flingots, précieux joujoux,
Seuls leur font faire les yeux doux:
Ce sont les poilus de l'Argonne,
Renfrognés comme des hiboux!

Ce sont les poilus de l'Argonne,
Qui vont se battre en casse-cou
Leur oeil est vif, leur front rayonne,
La mitraille les environne:
Ce sont les poilus de l'Argonne,
“Tant mieux!, nous ferons des jaloux,
Tout le boulot sera pour nous,
Ça va,” crient-ils, “c'est dans nos goûts!”
Ce sont les poilus de l'Argonne,
Qui vont se battre en casse-cou!

Ce sont les poilus de l'Argonne,
Peuples, qui vont mourir pour vous!
Ils vont, sous le canon qui tonne,
Ecraser la horde teutonne:
Ce sont les poilus de l'Argonne,
Et, courant au devant des coups,
Ils vont déterrer de leurs trous
La louve germaine et ses loups!
Ce sont les poilus de l'Argonne,
Peuples, qui vont mourir pour vous!


  • B-11(2) Les poilus de l’Argonne

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10

    B-11(2) dated on the first page Juni 1915 and on the last page Amsterdam 11 Juin 1915

    • 1915-06-11 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 10
  • map-11(10) Les poilus de l’Argonne

    Map-11(10) = second half of fair copy in A flat major, dated Laren 11 Juni 1915

    • 1915-06-11 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

  • Complete Songs for Solo Voice and Piano Vol. 13

    1999 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds Krouwel, Dinant
  • Les poilus de l’Argonne (“Ce sont les poilus de l’Argonne”)

    1915 Diepenbrock, Alphons

11 jan 1916: Uitvoering van Les poilus de l'Argonne in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam door Jean-Louis Pisuisse tijdens een cabaret-programma met medewerking van Antoinette van Dijk en Jan Hemsing.

Een evenement van den avond was de voordracht door Pisuisse van Les poilus de l'Argonne, tekst van A. Rameau, muziek van Alph. Diepenbrock. Het geallieerde hart van Diepenbrock heeft in brand gestaan en tekst en muziek zijn gloeiend aaneen gesmeed. Welk een martiaal rhythme en welk een krijgsgeluid in het accompagnement!

Algemeen Handelsblad (Ks. [= Mr H.W.J.M. Keuls]), 12 januari 1916

pdf All reviews for RC 122 Les poilus de l’Argonne (“Ce sont les poilus de l’Argonne”)