english | nederlands

RC 80 Recueillement (“Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille”)

text source

Charles Baudelaire, Les Fleurs du mal. Nouvelle édition (Paris: Calman Lévy 1890), 239

first performance

1907-11-03 00:00:00.0 Parijs, Théâtre de Châtelet

recordings

  • Anniversary Edition 3 Et'cetera KTC 1435 CD3

publications

  • Trois mélodies pour une voix grave et orchestre Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds 29633776

  • Recueillement (“Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille”)
  • Baudelaire, Charles
  • alt of mezzosopraan en orkest
  • 1907-08-08 00:00:00.0 | revised 1916-07-20 00:00:00.0 - 1916-09-04 00:00:00.0
  • duration 5:00

Recueillement is het eerste lied dat Diepenbrock onmiddellijk na het voltooien van de pianoversie (RC 79) orkestreerde. Op 17 juli 1907 zette hij de eindstreep in het vroegste manuscript en het netschrift dat hij voor Gabrielle Zimmer-Derscheid maakte, dateert van 24 juli. Twee weken later reeds, op 8 augustus 1907, legde hij de laatste hand aan de orkestratie in manuscript A-61(1). …more >

Recueillement (incipit)


Recueillement is het eerste lied dat Diepenbrock onmiddellijk na het voltooien van de pianoversie (RC 79) orkestreerde. Op 17 juli 1907 zette hij de eindstreep in het vroegste manuscript en het netschrift dat hij voor Gabrielle Zimmer-Derscheid maakte, dateert van 24 juli. Twee weken later reeds, op 8 augustus 1907, legde hij de laatste hand aan de orkestratie in manuscript A-61(1).

Dankzij Willem Mengelberg vond de première nog datzelfde najaar plaats, en wel in Parijs. Daar dirigeerde hij op 3 november 1907 het Orchestre Colonne in een programma waarin bariton Jan Reder – van Nederlandse afkomst (*1872), maar sinds 1902 in de Frans hoofdstad woonachtig – naast Diepenbrocks Der König in Thule (RC 16/78) ook Recueillement vertolkte. Het duurde enige tijd voor Mengelberg het orkestlied ook in Amsterdam programmeerde; het Nederlandse publiek kon ermee kennis maken op 15 april 1909. De tegenvallende uitvoering (Reders stem kwam te weinig boven het orkest uit en Mengelberg verviel in “zijn kapelmeestersslag”) deed Diepenbrock besluiten het lied nooit meer door bariton te laten zingen: Het is absoluut de ligging voor Mezzosopr. of Alt. (BD VI:103)

In de zomer van 1916 heeft Diepenbrock de instrumentatie herzien, op grond van het principe dat hij bij het orkestreren van Puisque l’aube grandit (RC 97/130) had toegepast: het creëren van een begeleiding als een eerewacht en niet als een troep gendarmen. (BD IX:140) De nieuwe partituur en de bijgewerkte orkestpartijen waren juist op tijd gereed voor de uitvoering op 12 september 1916 door de altzangeres Jacoba Repelaer van Driel (1884-1967) en het Residentie-Orkest onder leiding van Rhené-Baton (1879-1940) in het Kurhaus te Scheveningen. Voor recensent A. de Wal van Het Vaderland was hun vertolking een openbaring:

In de orkestraal en vocaal zeer schoone weergave, die we nu van Baudelaire-Diepenbrock kregen, gingen mij de ooren open voor de hooge eenheid van poëzie en muziek, die in een niet te beschrijven verfijnd-klare stemming van bitter-zoete resignatie en nostalgie de l’infini in elkaar opgaan, vol van het licht-donkere mysterie van la douce nuit qui marche. Er is een verfijnd intellectueel sensitivisme in deze muziek, die overal wonder contact heeft met de atmosfeer van Baudelaire’s woord en gedachte-muziek. (BD IX:479)

Dat dit magistrale lied – in weerwil van Diepenbrocks uitspraak van 1909 – ook tot zijn recht komt bij uitvoering door een bariton, heeft een zanger als Bernard Kruysen in later jaren bewezen.

Ton Braas



Recueillement

Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille.
Tu réclamais le Soir; il descend; le voici:
Une atmosphère obscure enveloppe la ville,
Aux uns portant la paix, aux autres le souci.

Pendant que des mortels la multitude vile,
Sous le fouet du Plaisir, ce bourreau sans merci,
Va cueillir des remords dans la fête servile,
Ma Douleur, donne-moi la main; viens par ici,

Loin d'eux. Vois se pencher les défuntes Années,
Sur les balcons du ciel, en robes surannées;
Surgir du fond des eaux le Regret souriant;

Le Soleil moribond s'endormir sous une arche,
Et comme un long linceul traînant à l'Orient,
Entends, ma chère, entends la douce Nuit qui marche.

 

(transl. Peter Low)

 


  • B-12(6) Recueillement

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4
    • 5
    • 6
    • 7
    • 8
    • 9
    • 10
    • 11
    • 12

    B-12(6) dated on the last page Laren 4 Sept 1916 and with dedication on the first page A Mad. Gabrielle Zimmer

    • 1916-09-04 00:00:00.0
    • dedication: A Mad. Gabrielle Zimmer
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 12
  • A-61(1) Quatre mélodies pour Chant et Orchestre composées par Alphons Diepenbrock, for contralto (voix grave), Nr. 1

    A-61(1) = Nr. 1 of Quatre mélodies pour Chant et Orchestre composées par Alphons Diepenbrock, for contralto (voix grave), dated on the last page 8 Aug 1907 comp 3-17 Juli 1907 and with dedication on the title page A Madame Gabrielle Zimmer

    • 1907-07-03 00:00:00.0 – 1907-07-17 00:00:00.0
    • dedication: A Madame Gabrielle Zimmer
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • Sketch Map-10(3) Recueillement

    sketch Map-10(3) dated on the first page 20 Juli 1916 and on the last page 23 Juli 1916

    • 1916-07-20 00:00:00.0 – 1916-07-23 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

Recueillement (versie met orkest) uitgevoerd door Bernard Kruyssen en het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Willem van Otterloo (radio-uitzending van 16-2-1963)



  • click to enlarge

    Anniversary Edition 3

    cd Et'cetera KTC 1435 CD3
    Residentie Orkest ♦ Vonk, Hans ♦ Bije, Annette de la ♦ Defraiteur, Renée ♦ Devos, Lode ♦ Hombert, Christoph ♦ Kruysen, Bernard ♦ Omroeporkest ♦ Radio Philharmonisch Orkest ♦ Promenade Orkest ♦ Berg, Maurits van den ♦ Otterloo, Willem van ♦ Silberman, Benedict

    Tracks: 1 = RC 84; 2 = RC 75; 3 = RC 92; 4 = RC 81; 5 = RC 80; 6 = RC 130; 7 = RC 59; 8 = RC 73; 9 = RC 60; 10 = RC 82; 11 = RC 83; 12 = RC 58

  • Trois mélodies pour une voix grave et orchestre

    1960 Donemus / Alphons Diepenbrock Fonds

15 apr 1909: Uitvoering van Recueillement en Vondels vaart naar Agrippine in het Concertgebouw te Amsterdam door Jan Reder (bariton) met het Concertgebouw-Orkest onder leiding van Willem Mengelberg. Het programma bestaat verder uit de symfonie in Es (K.V. 543) van Mozart, vier transcripties voor vier chromatische harpen, bespeeld door het Quatuor Lenars uit Parijs, de ouverture en een aria uit Iphigénie en Aulide van Gluck en tot slot van de avond de Walkürenritt van Wagner.

De Es-dur-symphonie van Mozart, de aanvang, en de Walküren-Ritt van Wagner, het eind van het concert, zijn 't warmst toegejuicht. De heer Jan Reder, uit Parijs, dien we van een vorige Toonkunst-uitvoering in goede herinnering hielden, heeft recitatief en aria van Agamemnon uit het genoemd drama van Gluck gezongen, en verder een lied (Recueillement – Baudelaire) en het groote werk Vondels vaart naar Agrippine van Diepenbrock, alles met begeleiding van orkest. […] Het lied Recueillement kreeg een sterk sprekend reliëf door de orkestrale begeleiding; was 't niet te sterk soms, als bij het scherp karakteriseeren van “Le Plaisir”! — Onze stadgenoot is na zijn beide zangen gehuldigd; het applaus rustte niet eer hij zich aan het publiek vertoond had. Een op het podium aangedragen krans scheen voor Diepenbrock – of voor den zanger – bestemd. Gluck's aria bleek voor Reder's stem wat hoog te liggen; meer kracht en warmte van uitdrukking zouden deze voordracht indrukwekken­der hebben doen worden.

Algemeen Handelsblad (S.Z. [= W.N.F. Sibmacher Zijnen]), 16 april 1909

pdf All reviews for RC 80 Recueillement (“Sois sage, ô ma Douleur, et tiens-toi plus tranquille”)