english | nederlands

RC 86 Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

text source

Goethe’s Gedichte Vol. I (Stuttgart: J.G. Cotta 1868), 59

first performance

1908-10-20 00:00:00.0 Den Haag, Diligentia

recordings

  • Anniversary Edition 7 Et'cetera KTC 1435 CD7

publications

  • Fünf Gesänge nach Goethe für gemischten Chor ohne Begleitung Noske, A.A. 30444735
  • Fünf Gesänge nach Goethe für gemischten Chor ohne Begleitung (reprint) Donemus 27575742

  • Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)
  • Goethe, Johann Wolfgang von
  • vocaal kwartet
  • 1908-08-19 00:00:00.0 | revised 1916-12-29 00:00:00.0 - 1916-12-31 00:00:00.0
  • duration 2:30

Drie dagen nadat Diepenbrock zijn toonzetting van Goethes Gleich zu Gleich (RC 85) had genoteerd, legde hij op de volgende drie pagina’s (18-20) van het muziekschriftje C-6 schetsmatig de contouren vast van Wandrers Nachtlied, eveneens bestemd voor het vocaal kwartet van Gerard Zalsman. Diezelfde dag, 19 augustus 1908, werkte hij op de pagina's erna (21-27) deze ideeën uit tot een complete zetting van 31 maten in de toonsoort van F-groot. De autograaf draagt de sporen van een groot aantal raderingen en verbeteringen. Op 9 oktober vervaardigde Diepenbrock netschrift B-11(6) in de toonsoort van G-groot. Deze versie, die op verschillende plaatsen een ander harmonisch verloop heeft, omvat 40 maten, doordat op een drietal punten tekstherhaling is toegepast. …more >

Wandrers Nachtlied (incipit)


Drie dagen nadat Diepenbrock zijn toonzetting van Goethes Gleich zu Gleich (RC 85) had genoteerd, legde hij op de volgende drie pagina’s (18-20) van het muziekschriftje C-6 schetsmatig de contouren vast van Wandrers Nachtlied, eveneens bestemd voor het vocaal kwartet van Gerard Zalsman. Diezelfde dag, 19 augustus 1908, werkte hij op de pagina's erna (21-27) deze ideeën uit tot een complete zetting van 31 maten in de toonsoort van F-groot. De autograaf draagt de sporen van een groot aantal raderingen en verbeteringen. Op 9 oktober vervaardigde Diepenbrock netschrift B-11(6) in de toonsoort van G-groot. Deze versie, die op verschillende plaatsen een ander harmonisch verloop heeft, omvat 40 maten, doordat op een drietal punten tekstherhaling is toegepast.

In deze vorm bracht het Zalsman-Kwartet Diepenbrocks Wandrers Nachtlied op 20 oktober 1908 in Den Haag in première, samen met Gleich zu Gleich. Pas bij latere uitvoeringen in dat jaar kwamen de kwaliteiten van het kwetsbare en – vanwege de harmoniek – veeleisende stuk enigszins tot hun recht. Nu kon recensent  Willem Landré concluderen: Men moet een Diepenbrock zijn om van zulk een vaak gecomponeerde tekst als Goethe’s Wand’rers Nachtlied een zoo prachtig stemmingsstuk te kunnen maken. (BD VI:429)

Uit Diepenbrocks correspondentie met zijn vriend W.G. Hondius van den Broek van september 1908 komt enige teleurstelling naar voren dat de vier zangers weinig energie staken in de afwerking: Het gaat daar met zoo’n Hollandsche gemoedelijkheid toe, en het echte begrip van ‘ochzen’, zooals Messchaert dat indertijd met zijn kwartet deed, hebben zij niet. (BD VI:13) Vooral de sopraan schoot ernstig tekort, niet alleen in zuiverheid maar ook in dictie. Om die reden besloot Diepenbrock de aanhef te vereenvoudigen. In plaats van

waarover Hondius had geschreven te vrezen dat de inzet der sopraan den indruk der rust wat zou storen door de snelle beweging (BD VI:16), werd het simpelweg 

volgens de correctie die in semi-autograaf B-22 is aangebracht.

“Alles was meesterlijk”

Op 24 oktober 1916 gaf Sem Dresden (1881-1957) met zijn Madrigaal-Vereeniging in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw een fraaie uitvoering van Diepenbrocks Chanson d’automne (RC 38) en De groote hond en de kleine kat (RC 63). De componist had er veel waardering voor: Alles was meesterlijk, zonder overdrijving. (BD IX:177) Waarschijnlijk is het aan Dresdens aandacht voor deze koorwerken te danken (hij had in het seizoen 1915/16 ook al Auf dem See, Dämmerung en Den uil op het programma gehad) dat Diepenbrock twee maanden later, op 29 december 1916, aan een finale revisie begon van Wandrers Nachtlied. In manuscript B-12(10) comprimeerde hij het stuk op Goethes aforistisch gedicht tot slechts 21 maten. Op 31 december vond hij, via een tussenstap in schetsboek C-31 (binnenzijde kaft) met een afsluiting I – IV Moll-dur – I, de fascinerende afsluiting die gebruik maakt van de tertsverwantschap tussen C-groot en E-groot.

Op 12 mei 1917 bracht Dresden met zijn vocaal ensemble, eveneens in de Kleine Zaal van het Concertgebouw, Wandrers Nachtlied ten gehore samen met het Stabat mater speciosa (RC 35). Matthijs Vermeulen berichtte erover in De Telegraaf:

De buitengewone virtuositeit waarmee de moeilijkheden overwonnen werden van Wandrers Nachtlied (Über allen Gipfeln ist Ruh), een van Diepenbrock’s laatste werkjes, waarin de stervende sonoriteit ligt en de weemoed van den herfst, was verbazingwekkend. (BD IX:568)

Na de editie van Wandrers Nachtlied in 1923 is dit muzikale kleinood een van Diepenbrocks meest uitgevoerde koorwerken geworden.

Ton Braas



  Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur, balde
Ruhest du auch.
 

 


  • B-12(10) Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

    • 1
    • 2
    • 3
    • 4

    (final version in E major) B-12(10) dated on the first page 29 Dec 1916 and on the last page Laren 31 Dec. 1916

    • 1916-12-29 00:00:00.0 – 1916-12-31 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: 4
  • B-11(6) Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

    (revised version in G major) B-11(6) dated on the last page 9 Octob 1908

    • 1908-08-09 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-22 Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

    copy B-22 in G major

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • B-3(6) Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

    copy B-3(6) in F major

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • C-6(18-20) Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

    sketch C-6(p18-20)

    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown
  • C-6(18-27) Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)

    (first version in F major:) C-6(18-27) dated on the last page 19 Aug 1908

    • 1908-08-19 00:00:00.0
    • location: Diepenbrock Archief Laren
    • pages: unknown

Wandrers Nachtlied (finale versie) uitgevoerd door Middelburgs Kamerkoor o.l.v. Pim Overduin

Wandrers Nachtlied uitgevoerd door het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Hartmut Haenchen



  • click to enlarge

    Anniversary Edition 7

    cd Et'cetera KTC 1435 CD7
    Nederlands Kamerkoor ♦ Stok, Klaas ♦ Gronostay, Uwe ♦ Vocaal Ensemble Markant ♦ Haenchen, Hartmut ♦ Netherlands Radio Choir ♦ Antunes, Celso ♦ Quink Vocaal Ensemble

    Tracks: #1 = RC 7; #2 = RC 36; #3 = RC 85; #4 = RC 86; #5 = RC 87; #6 = RC 38; #7 = RC 56; #8 = RC 63; #9 = RC 28; #10 = RC 5; #11 = RC 34; #12 = RC 35; #13 = RC 119; #14 = RC 57

  • Fünf Gesänge nach Goethe für gemischten Chor ohne Begleitung

    1923 Noske, A.A.
  • Fünf Gesänge nach Goethe für gemischten Chor ohne Begleitung (reprint)

    1980 Donemus

20 okt 1908: Eerste uitvoering van Wandrers Nachtlied en Gleich zu Gleich in Diligentia te 's-Gravenhage door het Zalsman-Kwartet (Johanna van de Linde, Hermine Scholten, Jac. van Kempen en Gerard Zalsman). Voorts wordt van Diepenbrock nog gezongen Den uil, overigens composities van Clemens non Papa, Valerius, Lechner, Donato, de Sermisy, Lasso, Janequin, Gascogne, Costeley, Löwe, Mozart, Praetorius en Brahms, in totaal 21 nummers.

De eenige levende componist, wiens naam gedrukt stond, was onze Diepenbrock; hij was vertegenwoordigd door drie werkjes, waarvan twee humoristische: Den uil (Vlaamsch volkslied) en Gleich zu gleich (Goethe). Beide bijzonder geslaagd, beter dunkt mij dan de “verklanking” van Goethe's Wandrers Nachtlied “Ueber allen Gipfeln ist Ruh”, dat men (na Schubert) maar met rust moest laten. Want elke muziek moet beneden de Taalmuziek van dit onsterfelijk gedichtje blijven.

Het Vaderland (niet gesigneerd), 21 oktober 1908

Hoeveel schoons er bestaat in de literatuur voor kwartetzang, heeft het Zalsman-Kwartet ons ten duidelijkste bewezen. Ook dat een modern Nederlands componist een der belangwekkendsten is op dit gebied, is zeer heuchelijk en iets dat op prijs gesteld moet worden. Alphons Diepenbrock's werken behoorden tot de meest interessante op dezen avond. Eene compositie als Den uil is zeer ad notam te nemen. Maar ook, hoe stemmingsvol is zijn Wanderer's Nachtlied (Goethe), hoe frisch en boeiend het Gleich zu Gleich (Goethe).

De Hofstad (niet gesigneerd), 21 oktober 1908

pdf All reviews for RC 86 Wandrers Nachtlied (“Über allen Gipfeln ist Ruh”)